Identiteit


Wie ben ik?

Wie ben ik?

 

Auteur: Arjan Blankespoor

 

Steeds vaker moet je het laten zien. In steeds meer gevallen kunnen ze ernaar vragen. Je moet jezelf bewijzen. Van postkantoor tot school, van station tot stadion moet je laten zien dat jij jij bent en niemand anders. Een ov-chipkaart, een paspoort, een rijbewijs: ze laten allemaal zien wie je bent. ‘Alstublieft, nu weet u wie ik  ben. Alles klopt aan mij: van geboortedatum tot de meest recent in kaart gebrachte biometrische kenmerken. Ziet u? Dit ben ik!’

 

Anderen komen zo nogal snel en eenvoudig achter je identiteit. ‘Oké, prima, gezien, is in orde, klopt' ...en de controleur staat alweer bij een ander. Maar klopt het volgens jou ook? Vind jij jezelf oké? Weet je zelf ook wie je bent? Wat jouw identiteit is?

 

Volmaakte Model  

De Bijbel vertelt je daar ook iets over. Geen uitgebreide beschrijving van al jouw bestaanskenmerken. Maar wel iets heel fundamenteels. Iets wat van cruciaal belang is: hoe God jou ziet en wat God in jou ziet. Wat Hij ondanks alles nog steeds en voor altijd in je ziet: een mens geschapen naar Zijn eigen beeld. Iemand die op een bepaalde manier op Hem zelf lijkt. Zijn evenbeeld.

 

Toen God de mens wilde maken, zocht Hij naar een voorbeeld. Hij zocht naar het beste voorbeeld. Hij zocht naar een model. Het beste model. God nam zichzelf als voorbeeld, koos zichzelf als volmaakte model om de mens te vormen. Hij is de blauwdruk, het origineel en wij kopieën die op Hem lijken. Zo werd de mens geschapen als mens. Ongeschonden geschapen naar het beeld van God.

 

 

Meest kunstzinnige creatie

Jij bent geschapen. Je bent een schepping, Zijn schepping. De meest kunstzinnige creatie die er maar te bedenken valt. Dat ben jij in de eerste plaats, volgens het Woord van God. De diepste reden van jouw bestaan ligt niet in de liefde van je ouders. Uiteindelijk heeft God zelf je verwekt, jou vanaf het prilste begin gevormd, jou de adem in je neusgaten geblazen en jou het levenslicht doen zien. Zo ben je gewild en bedoeld.

 

Hoe jij bent, daar heeft God zijn best op gedaan. Als kunstenaar heeft Hij met liefde de laatste hand aan je gelegd en met kunstenaarstrots en vaderliefde naar je gekeken. ‘Goed, gaaf, mooi...ja, heel goed!' Zo heeft Hij je beoordeeld.

 

 

Wie ben je?

‘God schiep de mens naar Zijn beeld; 

naar het beeld van God schiep Hij hem;
mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.'
(Genesis 1:27)

 


Méér dan een kopie

Deze grondhouding van onze Schepper is niet veranderd. De houding van de mens naar Zijn Maker wel. Je kunt dat lezen in het derde hoofdstuk van de Bijbel. De zondeval noemen we dat verhaal. De mens als kopie wilde méér zijn dan kopie. De mens vond zichzelf niet mooi en goed genoeg. De mens wilde als God zelf zijn. Wat zonde!

 

Weet wie je bent: mens! Ken je plek: de aarde. Maar de mens kende zijn plaats noch zichzelf en trapte in de leugen. ‘Het origineel is beter dan de kopie, we willen ook origineel zijn', zo dacht de mens. Als God willen zijn. In hoogmoed heeft hij Gods scheppende kunstwerk als geschenk afgewezen en geminacht. Gods volmaakte werk een onvoldoende geven. Wat een hemeltergende belediging aan het adres van de Allerhoogste!

De mens wilde hoger en te hoog gegrepen is hij van zijn voetstuk gevallen. Het beeld van God is gebroken en ligt in brokstukken uiteen.

 

 

Beschadigde editie

God is Schepper. De Hoogste. Hij alleen is en blijft God. Hij valt niet te beschadigen. Wel te kwetsen, te beledigen. Dat is gebeurd. Er is een breuk gekomen in de vertrouwelijke omgang, in de liefdevolle verhouding. En de kopie heeft geweten wat het verschil is tussen goed en kwaad. Toen ze zich wilde spiegelen aan het origineel, verbleekte haar afbeelding. Verkleurd door schrik en schaamte, durfde ze Hem niet meer recht in de ogen te zien.

 

Adam, de eerste kopie, de eerste gave kopie, werd een vergankelijke uitgave. Een beschadigde editie. Een sterveling die buiten het paradijs moest zien te overleven. De mens kreeg te maken met lijden, verlangen, haat, verdriet, kwaad, onrecht, ziekte en dood. Ook met liefde en vriendschap, trouw en zorg, geborgenheid en veiligheid. Maar onvolledig en ontoereikend. Niet en nooit meer zoals het was: volmaakt en in volkomen gemeenschap met God en Zijn naaste.

 

Wie jij bent? Een beschadigde kopie. Maar...toch nog steeds kopie. Een kopie naar Gods beeld. Wel beschadigd, bevlekt, besmeurd en gescheurd. Bekrast en verknipt, wellicht. Toch Gods schepping.



Een nieuwe kopie

Na die eerste mens hebben miljarden mensen onze aarde beleefd. Onze aarde, niet het paradijs. En nu leef jij: een nieuwe kopie. Een kopie van een kopie van een kopie van een kopie, dat ook nog eens. Maar, toch ook nog steeds origineel. Een originele kopie, dat ben je gebleven. Onvolledig, vol gebreken, ontoereikend en beperkt, draag je nog steeds iets van Gods beeld in je. Je mag dat beeld uitdragen. Je leeft om dat uit te dragen. Om te geloven dat God werkt aan een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want die komt er. Ongelofelijk waar: de Schepper raapt de brokstukken van Zijn kunstwerken op en schept nieuwe mensen. Hij maakt Zijn kunstwerken weer heel. Helemaal heel. Niet hersteld, opgeknapt of gerestaureerd, maar echt nieuw. Hoe maakt Hij heel?

 

Hij heelt door het liefste van Hemzelf te verbrijzelen. Jezus Christus onze Heiland is gekomen om te verbinden wat verbroken is. Als een tweede Adam. Zo menselijk als een kopie, zo goddelijk als het volmaakte origineel. En elke kopie die in Hem God de Vader herkent en terugvindt, mag delen in de gemeenschap van Zijn volmaakte heerlijkheid.


Vandaag ben je geroepen om je werkelijke identiteit te vinden in Hem die je geschapen hebt, in Hem die je herschapen heeft, in Hem die je vernieuwen wil.

Delen maar!