Godsdienstonderwijs


Godsdienstonderwijs

Godsdienstonderwijs op de openbare basisschool bestaat al sinds de jaren veertig van de vorige eeuw. In 1985 is de Wet op het basisonderwijs in werking getreden. Daarin staat dat de scholen binnen het vak Wereldoriëntatie aandacht moeten besteden aan de verschillende geestelijke stromingen en godsdiensten. Daarnaast kunnen de scholen een facultatieve vorm van godsdienstonderwijs aanbieden.

 

 

Inhoud GVO-lessen

 

Bij de GVO-lessen kunnen kinderen kennismaken met godsdienst in het algemeen en het christendom in het bijzonder. Ze ontdekken dat godsdienst en geloven belangrijk kunnen zijn voor mensen. Kinderen kunnen de docent ook bevragen op zijn of haar eigen beleving. Door veel met de kinderen te praten, wordt gestimuleerd dat ze zelf nadenken. Kinderen ontdekken zo hun eigen levensvragen en kunnen die stellen. De kinderen worden uitgenodigd om ideeën over levensbeschouwing met elkaar uit te wisselen.

Binnen het GVO moet sprake zijn van ‘objectief' vertellen over het christelijk geloof, door iemand die dit geloof zelf aanhangt. Je vertelt dus vanuit een geloofsovertuiging, zonder je gehoor te willen overtuigen.

 

 

GVO geven

 

De GVO-lessen staan niet onder verantwoordelijkheid van de school. Als de ouders om GVO (of humanistisch of islamitisch vormingsonderwijs) vragen, is de school verplicht hier ruimte en tijd voor te bieden. De verantwoording voor de lessen ligt bij de kerk (plaatselijke gemeente) of een andere rechtspersoon die het geven van GVO als doel heeft. Als GVO-leerkracht ben je dus te gast op school. Je bent in dienst van de zendende instantie.

 

 

GVO en de HGJB

 

Binnen de HGJB rees een aantal jaren geleden de vraag of het toenmalige aanbod van materiaal voor GVO nog aansloot bij de praktijk. Na uitgebreide studie is er toen voor gekozen om een nieuwe godsdienstonderwijsmethode op de markt te brengen. Inmiddels is het tweede leerjaar van deze methode, BijbelWijs, verschenen.

 

 

Delen maar!