Doop


Wat geloof ik?

Wat geloof ik?

 

 Auteur: Ds. G. Lustig

 

"Dat ik als kind gedoopt was, heeft me ergens toch altijd houvast gegeven." Op belijdeniscatechisatie ging het die avond over de doop. Er werd gevraagd of het feit dat je als kind gedoopt bent, betekenis heeft gehad in je leven. Het werd stil. Dat was moeilijk te zeggen. Verlegen keek de één naar de ander, tot dat ene meisje... Via een omweg was ze weer met kerk en geloof in aanraking gekomen. "Ja", zei ze, "toch wel. Op bepaalde momenten was er toch altijd dat gevoel: eens ben ik gedoopt. Het gaf me ergens rust en houvast."

 

Prachtig dat het zó heeft gewerkt! Maar wat vreemd dat velen, misschien ook jij wel, zo moeilijk onder woorden kunnen brengen wat die doop dan toevoegt aan je leven. Wat je er nu écht aan hebt. Komt dat doordat je ouders er niet veel over praten, of... dat er in de kerk nooit echt aandacht aan wordt gegeven? Is het dan alleen maar een mooi kerkelijk ritueel? 

 

We leggen de inhoud van de doop vaak uit als: God is de eerste, Hij wil een Vader zijn, Hij heeft recht op je leven, et cetera. Maar dat geldt toch voor elk kind? Zo zou elke baby gedoopt kunnen worden en mogen horen bij Gods verbond. Anders krijg je een oneerlijke situatie en dat past niet bij God.

 

Je hebt natuurlijk helemaal gelijk dat in principe niemand wordt uitgesloten van het verbond. Maar even iets méér over dat verbond... Dat geldt namelijk als eerste Abraham en zijn nakomelingen. Door de Heere Jezus mogen ook andere volken delen in dat verbond. En weet je waarom God met Abraham en zijn nakomelingen een verbond heeft gesloten? De Bijbel noemt twee redenen: omdat Hij hen liefhad én opdat het volk van het verbond een zichtbaar teken zou zijn van de levende God in deze wereld (Deut. 7:6-8 en Jes. 49:3-6).
Als je in dat verbond bent opgenomen, is dat dus een voorrecht, maar God heeft dan ook recht op een antwoord. Al is God in alles de eerste, er zijn in elk verbond twee partijen (zie ook doopformulier). Hij vraagt ook het antwoord van ons hart. De vraag is niet of God al dan niet eerlijk is, maar of wij een levende getuige zijn van God in deze wereld. Zo kunnen ook ánderen Jezus Christus leren kennen (Joh.17:3-6).

 

Wat héb je eigenlijk aan je doop? Gaat het uiteindelijk niet om het geloof?
Daar heb je gelijk in! Zonder geloof kun je niet behouden worden. Maar als je nadenkt over de doop, moet je je altijd afvragen: gaat het er nu om wat ik geloof óf wat God belooft? Dat heeft de maken met de inhoud van de doop. Wanneer je de Bijbel erop naleest, dan heeft het teken (en zegel) van de doop vooral te maken met Gods beloften en niet in de eerste plaats met ons geloof. Vooral in de kinderdoop wordt de nadruk gelegd op Gods beloften. De doop onderstreept de belofte dat God ons uit genade de vergeving van zonden en het eeuwige leven schenkt. Om Jezus wil... Die belofte van vergeving en een nieuw leven komt ons én onze kinderen toe (Hand. 2:39). En inderdaad, als er geen geloof komt, zal God nooit kunnen waarmaken wat Hij in de doop heeft beloofd! 

 

Toch... je hébt wat aan je doop! Want die doop gaat je hele leven mee. Niet alleen als een teken, maar ook als een vraag. Want ook al ben je gedoopt en geloof je met heel je hart in de Heere Jezus, je bent nog niet volmaakt en zonder zonde. De doop roept je voortdurend op om heel dicht bij Christus te leven. Op die manier mag de doop je geloof versterken. Vooral op die momenten dat je denkt ‘alles weer kwijt te zijn'. Dan hoef je niet terug te vallen op jouw keuze voor God of jouw geloof, maar op Gods trouw en genade in je leven vanaf het allereerste begin. Gedoopt-zijn betekent: God is in mijn leven de eerste én de laatste.

 

 

Kinderdoop, is dat wel bijbels?

 

In het nieuwe testament lees je nergens over de kinderdoop. Wordt het niet eens tijd om de Bijbel op dit punt iets meer serieus te nemen? Als je de Bijbel écht serieus neemt, moet je ook de héle Bijbel lezen en niet gefocust zijn op een paar teksten alleen uit het nieuwe testament. Daarbij komt dat de kinderdoop al vroeg in de eerste eeuwen van de christelijke kerk werd gepraktiseerd. Bij het nadenken over de doop is het belangrijk dat je het oude en het nieuwe testament als een eenheid ziet. Twee dingen daarover:

  1. De besnijdenis in het oude testament was niet de onderstreping van het geloof van Abraham, maar een teken van het verbond van God (Gen. 17:7,10). Dat verbond is eeuwig en een verbond van genade. Het verbond van God is in het nieuwe testament niet veranderd, het teken wel, want Christus is gekomen en heeft Zichzelf gegeven. Zijn bloed heeft gevloeid tot vergeving van zonden. Het water van de doop beeldt dat symbolisch uit. 
  2. De teksten over het ‘huisgezin' (Hand. 16:15 en 31-34) geven juist aan dat door het tot geloof komen van één persoon, het hele gezin - inclusief de kinderen en de slaven - werd betrokken. Ook bij Abraham moest iedereen die bij hem hoorde het teken van het verbond (de besnijdenis) dragen (Gen.17:9-27). Zij mochten allemaal via Abraham delen in de genade van God. Dat is in het nieuwe testament niet anders. Waarom zouden de kinderen in die genade niet mogen delen en moeten wachten met de doop totdat ze het zélf gaan geloven? (zie Mark. 10:14 en HC zondag 27, v.a. 74).


Van Gods kant blijft die doop, als teken en zegel van Zijn belofte, altijd zijn waarde behouden. De rijke inhoud van de belofte wordt niet minder en blijft geldig. In die zin ben je als ‘gedoopte' bijzonder bevoorrecht! Al heel vroeg in je leven mag je horen wie God voor je wil zijn. Daarom is het ook zo belangrijk dat er in je leven (onder anderen door je ouders) over de inhoud van de doop gesproken is. Over dat geschenk dat je al zo jong in je leven hebt gekregen. Maar, je zou God én jezelf niet serieus nemen als je net doet alsof er nooit een geschenk in je leven is geweest!

De doop is een teken en verwijst dus ergens naar... Denk aan een trouwring. Wie hem draagt is écht getrouwd. Is een gedoopt kind dus ook (automatisch) behouden? Om met het beeld te beginnen: in de ‘trouwring' van de doop staat Gods Naam. Daarin staan de woorden gegraveerd: ‘Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt van Mij' (Jes. 43:1). Van Gods kant hoef je daaraan niet te twijfelen. Onze namen zijn bij Hem bekend (zie Jes. 49:15,16a). In de doop zegt God tegen de kinderen: om Jezus' wil mag ook jij van Mij en dus Mijn kind zijn. 

 

Maar of een gedoopt kind ook automatisch behouden is? De doop zélf is niet zaligmakend en vraagt in het verdere leven het antwoord van het geloof (Mark. 16:16). Wel is door de eeuwen heen het behoren bij Gods verbond (waarvan de doop een teken is) als een geweldige troost gezien. Lees maar na in de Dordtse Leerregels (I,17) en de verwijsteksten (Gen. 17:7; Hand. 2:39 en 1 Kor.7:14). Ik zou zeggen: kijk maar vaak naar die ‘trouwring' van je doop. Van wie ben jij er één? Je bent rijker dan je denkt!

Om verder te lezen:

  • Heidelberger Catechismus, zondag 25-27
  • Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 34
  • De gebeden in het doopformulier

Delen maar!