Vasten


Hoe geloof ik?

Hoe geloof ik?

 

Auteur: Ds. L.W. Smelt

 

Moet vasten nu wel of toch niet? Is het alleen voor de liefhebbers of is het een must voor alle christenen? En als je wilt vasten: hoe doe je dat dan? Voor christenen is het beslissend wat de Bijbel erover zegt. Die maakt de dienst uit.

 

Wie bijbelse gegevens over vasten wil opsporen, hoeft niet lang te zoeken. Ik reik direct een paar bijbelgedeelten aan waar je iets over vasten kunt vinden:

  • Deuteronomium 8:11-14
  • Handelingen 13:1-3;14:23
  • 2 Samuël 1:1-4;11-12
  • Jona 3:1-5
  • 2 Kronieken 20:1-4
  • Jesaja 58
  • Matteüs 6:16-18; 9:14-17; 17:21; 24:37-39
  • Lukas 2:37
  • Galaten 5:22.

 

Interessante kick

Het valt op dat zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament teksten over vasten te vinden zijn. We kunnen dus niet zeggen: vasten hoort alleen bij het Oude Testament. Of: Jezus Christus heeft de wet voor ons vervuld, dus wij hoeven dit niet meer te doen.

 

Aan de andere kant kom je in de Bijbel ook kritische geluiden over het vasten tegen. Bijvoorbeeld als het er aan de buitenkant indrukwekkend uitziet, maar ondertussen is losgemaakt van het daadwerkelijk recht doen aan de armen (Matth. 6:16-18). Dan komt vasten in de lucht te hangen en krijgt het geen handen en voeten in onze dagelijkse harde werkelijkheid. Dan is het een vlucht. Een interessante kick die je vooral jezelf geeft.
Maar het geven van kritiek heeft alleen zin als het met vasten echt de verkeerde kant opgaat. Nu vermoed ik dat wij niet zo snel het risico lopen te veel te vasten of op een onbijbelse manier ermee aan de haal te gaan. De gemiddelde HGJB'er zal eerder te weinig vasten dan te veel. Wellicht is ons probleem wel dat we te makkelijk vluchten in: het hoeft niet per se van Jezus. Lees maar in Matteüs 9:14-17!

 

Vooroordeel

Ik denk dat we allemaal een bepaald vooroordeel over vasten hebben. Om dat vooroordeel op te sporen en je er bewust van te worden, even een paar vraagjes:

  • Heb je zelf wel eens gevast of ken je christenen die vasten?
  • Begrijp je iets van de verbazing die doorklinkt in die vraag van een Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse vriend: 'Vasten jullie niet?'
  • Heb je wel eens tegen iemand verdedigd dat het goed zou zijn om over vasten na te denken?
  • Ben je werkelijk bereid om je vooroordelen te laten beoordelen en corrigeren door de Bijbel?

 

Positief

Voor mijzelf was de praktijk van het vasten nieuw, totdat ik in Peru ging werken. Daar vroegen gemeenteleden mij: 'Wanneer organiseert de kerkenraad weer een dag van vasten en bidden?' 'Komt u morgenvroeg weer om vijf uur bidden bij 'hermana'(=zuster) Aydith en vast u dan ook mee tot we 's avonds in de wekelijkse gebedsdienst de dag afsluiten?'

 

Ik heb aan dit vasten positieve én negatieve gevoelens overgehouden. Positief vond ik dat de gemeente mij zo stimuleerde om door te vasten méér te bidden. Ik zou en zal er op mijn eentje niet of nauwelijks toe komen. Door het vasten werd ik er met de neus op gedrukt dat wij nog midden in de geestelijke strijd staan. Juist waar de gemeente drempels over moet of op weerstanden stuit, daar is bidden en vasten (twee werkwoorden die in de Bijbel vaak samen genoemd worden) een zeer goede zaak. Vergelijk Handelingen13:1-3 en 14:23. Het geconcentreerde bidden tot de God van de oogst om meer arbeiders in Zijn wijngaard en om meer wasdom van de gemeente, is van levensbelang voor de gemeente(leden). De honger naar Gods Woord en naar Gods gerechtigheid, de solidariteit met hen die honger lijden, wordt gestimuleerd door het hongergevoel vanwege het vasten.


Negatief

Wat als ik negatief heb ervaren, is de hang naar geestelijke hoogmoed bij de fanatieke vasters en het risico van 'do ut des' (=ik geef aan God, opdat Hij mij teruggeeft). Onzuivere motieven kwamen sneller binnen als het doel van het vasten niet duidelijk was. Het zich geheel onthouden van voedsel én water, is mij trouwens nooit gelukt. Hoofdpijn kreeg ik in Lima sowieso al snel! Verder vergeet ik nooit de kritische opmerking van een Peruaanse collega:'Mijn volk heeft al vijfhonderd jaar gevast.'

 

Nu ik weer in Nederland woon, vind ik het gevaar van geen tijd en concentratie kunnen vinden om te bidden, erg groot. Een vorm van vasten vinden die bij mij en mijn situatie past, is mij zeer welkom. Mijn honger naar God en zijn komende Koninkrijk wordt zo beter gevoed.

 

Sleutelteksten

Mattheüs 9:14-15 stelt ons vooral voor de vraag: waarom zou ik vasten? Over hoe je kunt vasten, moet je samen met andere christenen nadenken. Vers 14 en15 zijn sleutelteksten, die je ook kunt vinden in Markus 2:18-19 en Lukas 5:33-35. Belangrijke vragen daarbij: hoe moet je de Bijbel doorvertalen naar ons leven? Wat is een christelijke levenspraktijk nu? Hoe ben je samen gemeente?

 

Bij een feest hoort geen vasten

Jezus legt nadrukkelijk de relatie tussen vasten en Zijn eigen bruidegom-zijn. Nu Jezus is gekomen, is het vasten geen moeten meer. Hoe kun je vasten als het feest is? Hoe kun je bedroefd zijn als de Heiland zo dichtbij is? Zijn tegenwoordigheid mag je vieren. Dan hoeft vasten even niet, omdat het afbreuk doet aan het feest, aan de waarde die Jezus als Bruidegom voor Zijn kerk heeft.

 

Mattheüs 9:14-15 stelt 'vasten' gelijk aan 'treuren' vanwege de zonde en de daardoor uitgestelde komst van de Messias. Als de Messias op aarde is, is de Bruidegom daar én is het feest. Voor dit 'feest van de volheid' moet 'vasten als treuren' tijdelijk wijken. Anders zou vasten een miskenning zijn van Jezus als de Messias.

  

Weer behoefte aan vasten

Maar omdat door de komst van Jezus het eindoordeel is uitgesteld en na Pinksteren de eindtijd begint, is er weer reden om te vasten. Juist wanneer de eindstrijd plaatsvindt - de strijd tussen de oude en de nieuwe mens, tussen vlees en Geest - zullen we weer heel duidelijk behoefte hebben aan vasten. Want voordat we het in de gaten hebben, laten we ons door het luie vlees weer inpakken.

 

De discipelen van Johannes en de Farizeeën ergerden zich aan het feesten van Jezus (Hij at zelfs met tollenaars en zondaren)! Met hun gehoorzaamheid aan de wettische voorschriften, zagen ze Jezus als Messias over het hoofd. Wij denken Jezus wel te kennen en te kunnen gehoorzamen zonder te vasten. We beweren zelfs dat Jezus het vasten heeft afgeschaft. Zij moesten door Jezus aan hun onbekeerlijkheid worden ontdekt door hen te confronteren met Zijn feesten. Wij zouden wel eens aan onze onbekeerlijkheid ontdekt kunnen worden door ons te confronteren met Zijn vasten.

 

Nemen wij onze zondenood en de nood van kerk en wereld wel zwaar genoeg als we ons zo gemakkelijk afzijdig houden van bidden en vasten? Waarom eten wij er geen boterham minder om en hebben we er geen uur werken of slapen voor over? Het is opvallend dat wij wel streng zijn op bijvoorbeeld seksuele zonden, maar niet of nauwelijks op zonden die te maken hebben met onze buik, met ons geld en goed. 

 

We zijn er wel bijna, maar nog niet helemaal

Heilsnoodzakelijk en dus van levensbelang is niet het vasten, maar het geloof in Jezus. Maar daarmee wordt het vasten níet afgeschaft na de kruisiging, opstanding en hemelvaart van Jezus. Na de doorbraak van de nieuwe tijd in Koning Jezus, zullen de bruiloftskinderen niet permanent feest vieren. Jezus vaart na Zijn missie ten hemel en regeert van achter de wolk. Lang niet altijd voelbaar en zichtbaar. We zijn er wel bijna, maar nog niet helemaal! Voorlopig blijft waakzaamheid geboden. De strijd tegen de boze en de zonde is in principe -dankzij Jezus- wel beslist, maar nog niet over. Vooral in tijden van vervolging en weerstand tegen de uitbreiding van het Koninkrijk, in perioden van geloofscrisis en op momenten dat gemeenten voor belangrijke beslissingen staan of afgebroken worden door onenigheid, juist dan blijft bidden en vasten van groot belang!

 

Je bent wat je (niet) eet

We laten ons toch niet verslaven door al het lekkers dat ons aangeboden en opgedrongen wordt? We raken toch niet bezeten van wat we bezitten? We hebben geen tijd meer om te bidden en te vasten. Vandaar dat de demonen op kousenvoeten binnenkomen en vrij spel hebben...

 

Het thema vasten drukt ons met de neus op het feit hoe snel we vastzitten aan al het lekkere en luxe dat de wereld biedt. Het waarschuwt ons: je bent zo los van God. In die zin zou je kunnen zeggen: je bent wat je (niet) eet. Het wordt tijd dat de honger naar God je over vasten doet spreken!

Delen maar!