HGJB-onderzoek: Wel dankbaarheid, geen matigheid


HGJB-onderzoek: Wel dankbaarheid, geen matigheid

De macht van de gewoonte is erg groot. Wat een genade is het als het in een gezin een goede gewoonte is geworden om op zondag twee keer naar de kerk te gaan. Of om een open gezin te zijn dat gastvrij is voor mensen in de omgeving. Maar wat een strijd is het om slechte gewoonten af te leren. Een kind dat in de opvoeding niet geleerd heeft om eerlijk te zijn, zal er moeilijk van af te brengen als hij van leugentjes-om-bestwil een gewoonte heeft gemaakt.

 

Goede of slechte gewoonten, dingen die je als vanzelf doet zonder er altijd bewust over na te denken. In feite hebben we het dan over ‘deugden’. Dankbaarheid, matigheid, moed en trouw zijn bijvoorbeeld deugden die we graag zien bij onszelf en anderen. De kunst is het om van deze deugden goede gewoonten te maken – voor onszelf, maar juist ook in de opvoeding van onze kinderen. Het woord ‘deugden’ heeft soms een wat moralistische klank, maar voor de apostel Petrus was dat niet zo. Hij schrijft er bijvoorbeeld over in zijn tweede brief: ‘Daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing...’ enz. (2 Petr. 1:5-9). Deugden komen voort uit het geloof, maar dat gaat niet vanzelf. We moeten ons er met alle inzet – met hart en ziel (HGJB-jaarthema) - op toeleggen om ze te ontwikkelen.

 

Generator

Het recent verschenen nummer van het HGJB-vakblad is in zijn geheel gewijd aan dit onderwerp (een kennismakingsexemplaar à €7,50 is te bestellen via hgjb.nl/webshop). Ter gelegenheid daarvan deden we via Facebook en Instagram een klein onderzoekje onder jongeren. Daarin werden 15 deugden aan hen voorgelegd met daaraan verbonden twee vragen:

1. Voor welke vijf deugden zou jij in jouw omgeving aandacht willen vragen, omdat je vindt dat ze te weinig zichtbaar zijn?

2. En in welke vijf deugden zou je zelf vooral willen groeien?

 

Hieronder een paar van de belangrijkste uitkomsten (voor meer gegevens zie het nummer van Generator):

 

Top 3 in omgeving

De drie deugden die jongeren in hun eigen omgeving het meest missen, zijn: 1. eerlijkheid (58%) 2. dankbaarheid (55%) 3. naastenliefde (51%)

 

Top 3 bij zichzelf

Jongeren vinden dat ze zelf vooral meer aandacht zouden kunnen besteden aan de volgende drie deugden: 1. geduld (71%) 2. dankbaarheid (49%) 3. moed (47%)

 

Top 3 totaal

De scores van ‘omgeving’ en ‘jongeren zelf’ bij elkaar opgeteld, levert de volgende top 3 op (gemiddelde score): 1. dankbaarheid (52%) 2. geduld (51%) 3. eerlijkheid (47%)

 

Voorbeelden
Bij het aanleren van deugden zijn voorbeelden heel belangrijk. Daarom legden we aan de jongeren ook deze vraag voor: ‘Wie zijn voor jou voorbeelden als het gaat om het in praktijk brengen van een bepaalde eigenschap/deugd?’ In een gegeven lijst van mogelijkheden, werden de volgende personen het meest aangekruist: 1. vriend(in) (69 %) 2. ouder(s) (53 %) 3. persoon uit de Bijbel (35 %) 4. broer of zus (35 %)


Opvallend

Een paar resultaten geven ons te denken:

• Dankbaarheid scoort het hoogst. Jongeren beseffen blijkbaar dat ze veel reden hebben om dankbaar te zijn. Dat ze daarvoor méér aandacht vragen, zou een reden kunnen zijn om bijvoorbeeld het programma ‘Daar dank ik voor!’ uit de map HGJB-Jongerenwerk uit de kast te pakken.

• Tegelijkertijd is opvallend dat jongeren wat dit betreft weinig maatschappijkritisch zijn. De veelgehoorde klacht dat we in onze welvaart te materialistisch zijn geworden, lijkt aan hen niet besteed. De deugd ‘matigheid’ geven ze de laagste totaalscore. Met andere woorden: de deugd waarvoor ze – zowel in hun omgeving als bij zichzelf – als láátste aandacht willen vragen, is matigheid.

• Opvallend is verder de hoge score die jongeren aan zichzelf geven bij (gebrek aan) geduld (71 %). De noodzaak om daar voor zichzelf aandacht aan te besteden, vinden ze ook véél groter dan voor hun omgeving (31 %). Blijkbaar voelen ze aan hoezeer de jongerencultuur wordt gestempeld door ongeduld (op appjes moet direct gereageerd worden) en zijn ze daar zelf niet echt gelukkig mee.

• Personen die voor jongeren het meest gelden als voorbeeldfiguren, zijn in de eerste plaats vrienden, maar op een goede tweede plaats ook ouders! Zeker bij ouders zal hier sprake zijn van de macht van de gewoonte. Als we onze kinderen eerlijkheid, dankbaarheid en naastenliefde (en misschien toch ook matigheid?) willen leren, zullen we het hen zelf moeten voordoen!


(Herman van Wijngaarden eindredacteur Generator)

 

Wettische levenshouding?

‘De belangrijkste bedenking tegen deugdethiek is dat deze een wettische levenshouding in de hand werkt. Het streven naar deugdzaamheid strijdt met het basisuitgangspunt dat we worden gerechtvaardigd door het geloof en niet door de werken. Hoe moet je met dit bezwaar omgaan, als je toch denkt dat het nuttig is om iets met deugden te doen?

Hier is door theologen uitvoerig over geschreven. Er zijn drie posities mogelijk. De eerste is dat je deugden oefent helemaal los van het godsdienstige. Leven met God is dan iets voor de binnenkamer en uiterlijk gedrag is gewoon dat je netjes moet leven. Dit dualisme is soms geleefde praktijk.

Een tweede positie is dat het opvoeden in deugden een voorstadium is van het geloofsleven. Kinderen kunnen nog niet bewust gelovig zijn, dus ga je met de deugden aan de slag om ze met hun zondigheid te confronteren. Deze twee posities acht ik niet houdbaar vanuit een gereformeerd perspectief. Ik zou graag een derde positie als de meest wenselijke zien. Bij de doop is voorondersteld dat kinderen van de gemeente de Heilige Geest in beginsel ontvangen hebben. De belofte van de Heilige Geest ligt er en het kind en de jongere mogen leren leven uit wat zij in Christus hebben. Deugdzaamheid is van daaruit gedacht niet alleen een opdracht, het is een belofte.’

 

(Prof. dr. Bram de Muynck in Generator ‘Deugdzaam leven’, najaar 2018).

 

Meer lezen? Blader door Dichtbij en lees de andere artikelen. 

Delen maar!