HGJB-Jaarthema ‘Met hart en ziel!’


Aanbidding gaat niet in blokjes

Aanbidding gaat niet in blokjes

Aanbidding gaat tegenwoordig in ‘blokjes’. ‘Zullen we er nog een extra blokje “aanbidding” in doen?’ Bedoeld wordt dan een bepááld soort liederen in een programma, namelijk die gekenmerkt wordt door aanbidding van God. Op conferenties kan ‘aanbidding’ een keuzeprogramma zijn. Terwijl de één een lezing aanhoort over bijvoorbeeld omgaan met het milieu, doet de ander aan aanbidding.

 

Het is positief als er op deze manier aandacht is voor aanbidding. Veel jongeren hebben er behoefte aan, ze doen het graag. Het heeft iets van jezelf ‘verliezen’ aan Iemand die veel groter is dan jij. Je wordt als het ware boven jezelf uitgetild. Het mooie ervan wordt duidelijker als je het vergelijkt met ‘God danken’ en ‘God loven’. Als je dankt, richt je je op de dingen die God voor je doet en waarmee je blij bent. Als je looft en aanbidt, richt je je op God zelf, op wie Hij is.

Daarbij zou je kunnen zeggen dat God aanbidden nog iets verder gaat dan God loven. God loven is Hem ergens een compliment voor geven. Hem aanbidden is je puur verheugen in Hem zelf. De Follow Me les die het komende seizoen aan dit onderwerp wordt gewijd, zegt het (voor de catecheet) zo: ‘Een gelovige looft God als hij al het goede dat God is en doet benoemt. Een gelovige aanbidt God als hij vol verwondering, met hart en ziel onder de indruk is van wie God is.’

 

Levenshouding

U voelt wel aan: aanbidding in deze zin gaat niet in blokjes of keuzeprogramma’s. ‘Aanbidden is méér dan een ritueel dat je met enige regelmaat uitoefent (bijvoorbeeld als je bidt of zingt). Het is: Gods liefde beantwoorden met wederliefde, in een houding van dienstbaarheid, nederigheid en eerbied. Dat zijn kernachtig samengevat de (innerlijke) houding en (fysieke) handeling die je in de Bijbel tegenkomt als mensen God aanbidden. Anders gezegd: aanbidden is handen en voeten geven aan je liefdesrelatie met God.’ (Achtergrondinformatie van de genoemde Follow Me les).

 

Met het HGJB-jaarthema Met hart en ziel! willen we het komende seizoen op deze manier aandacht besteden aan het onderwerp aanbidding – juist ook voor kinderen, tieners en jongeren die helemaal niet van zingen houden. Omdat aanbidding in de eerste plaats een levenshouding is! Een levenshouding die de kern uitmaakt van ons geloof en ons geloven!

 

Religieus

Dat is minder vaag dan het misschien klinkt. De Amerikaanse theoloog James K..A. Smith wijst er in zijn boek Desiring the Kingdom op dat aanbidding bepalend is voor het mens-zijn. Je bent niet wat je denkt, je bent zelfs niet wat je gelooft, je bent wat je aanbidt. Aanbidding is niet iets wat alleen zogenaamde ‘religieuze mensen’ doen, iedereen doet het. Met andere woorden: de mens is per definitie een religieus wezen, dat gedreven wordt door bepaalde (goede of slechte) verlangens, oriëntaties of drijfveren. Augustinus zou zeggen: elk mens wordt gedreven door liefde.

De belangrijke vraag is dan natuurlijk waarop die liefde gericht is. Wat willen we in ons leven bereiken? Waar verlangen we naar? Dat is het punt waarop we aanhaken bij de start van het winterwerk, namelijk met Deuteronomium 6:1-9. Mozes houdt hier het volk voor wat Jezus later als de samenvatting van de wet betitelt: ‘U zult de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.’

 

Diepgang

We zijn aan deze woorden gewend, maar ze hebben natuurlijk een enorme diepgang. De HEERE, uw God, liefhebben… Als inzet van de geloofsopvoeding is dat veelbetekenend. Het gaat er niet (primair) om dat onze jongeren God dienen, dat ze veel over Hem weten, dat ze in Hem geloven, maar dat ze van Hem houden! Als we dat beseffen, heeft dat gevolgen voor het jeugdwerk en de catechese.

Misschien moeten we kinderen, tieners en jongeren méér aanspreken op de vraag: ‘Waar verlang je naar?’ Of met het tiener- en jongerenwerkprogramma dat in augustus is verschenen: ‘Waar gaan we voor?’ We zijn ons er meestal niet eens van bewust hoe de ‘religie’ van deze wereld onze liefde en aanbidding probeert te richten op waarden als: ‘Geniet van het leven!’, ‘Haal het geluk naar je toe’, ‘Zorg ervoor dat je er goed uitziet’, ‘Wees geen armoedzaaier’. Herkennen jongeren dat? Is dat inderdaad wat ze willen? Geloven ze dat dat hun hart kan vervullen?’

 

Hele leven

Dat roept natuurlijk de vraag op hoe wij hun verlangen dan kunnen richten op God, zoals Mozes ons daartoe oproept in Deuteronomium 6. Op die vraag zijn geen kant-en-klare antwoorden. Maar vers 5 wijst wel een richting: U zult de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.’ Als Jezus dit gebod herhaalt in Mattheüs 22:37 noemt Hij ‘hart, ziel en verstand’, maar in Deuteronomium staat ‘verstand’ er niet eens bij.

Nu moet je daar geen grote conclusies aan verbinden, want in beide gevallen is de betekenis hetzelfde: ‘U zult de HEERE, uw God, liefhebben met uw hele wezen!’ Wat we misschien wél kunnen zeggen, is dat het verstand niet per se zo’n prominente rol speelt als wij vaak denken (‘Ze moeten vooral wat leren!’). Het verstand moet in ieder geval niet losgemaakt worden van het hart, de ziel en de kracht. Niet in de opvoeding thuis, maar ook niet in de catechese en het jeugdwerk.

Het is dáárom, bijvoorbeeld, dat we in onze catechesemethode Leer & Leef naast ‘Leren van de Bijbel’ en ‘Leren van de traditie’ zoveel investeren in ‘Leren van de praktijk’ en ‘Leren van het leven’. Dat zijn geen foefjes om de catechese leuker te maken. Het komt voort uit de overtuiging dat van God houden niet in de eerste plaats geleerd wordt in het verstand, maar in het hart! En dat aanbidding niet ‘in blokjes’ gaat, maar iets is wat het hele leven raakt!

 

Herman van Wijngaarden

 

Delen maar!