| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
Ik heb wel eens in een pretpark gelopen met een afdeling lachspiegels. In sommige spiegels kom ik reuzegoed uit. Eerlijk gezegd zou ik er zo willen uitzien: mooi slank, mooi lang gezicht, etc. In de meeste spiegels zie ik mezelf op een schrikbarende manier: uitgerekt in de breedte, samengeperst in de lengte, diverse onderdelen uitgerekt en andere weer ingedikt. Ik weet na vijftien spiegels niet meer zeker hoe ik er feitelijk uitzie. Want hoe meer spiegels ik zie, hoe meer ik twijfel aan mijn werkelijke uiterlijk. En als ik dan een spiegel zie die mijn realiteit echt weergeeft, dan denk ik: ‘Klopt dit wel? Ben ik nu niet daar te slank en op die plaats te dik?' Ik merk ook dat ik door die spiegels meer bezig ben met wat ik zie dan met wie ik ben. Ik kijk niet naar mezelf, maar ik kijk naar wat de spiegel mij te zien geeft.
In de omgang met anderen is dat ook zo. Mensen reageren op mij. Daardoor ben ik meer bezig met hoe mensen op mij reageren en vraag ik me steeds af of zij vinden dat ik juist slechte dingen doe. Ik ben elke keer op zoek naar goedkeuring, maar vaak krijg ik afkeuring. Een intensieve bezigheid waar ik veel energie aan kwijtraak en daardoor vaak nog niet of niet meer weet wie ik ben en wat ik zelf eigenlijk wil.
Identificatiefiguren
Goede spiegels zijn mijn identificatiefiguren. Ze laten mij zien wie ik ben. In relatie tot de ander ontdek ik mijn identiteit. Mensen in mijn omgeving, zoals mijn ouders, mijn broers en zussen, mijn vrienden, maar ook anderen in mijn naaste omgeving zoals mijn docent of werkgever, laten mij door hun goedkeuring en afkeuring zien wat ze van mij vinden. Mijn moeder zegt: ‘Wat doe je dat goed, daar heb je echt talent voor!' Mijn vader zegt: ‘Wat zie je er mooi uit, zo mag je gezien worden!' Mijn zus zegt: ‘Wat bof ik met jou als zus. Ik hou van jou!' Mijn broer zegt: ‘Joh, dat doe je goed. Maar als je het zo doet, dan word je kwaliteit nog beter zichtbaar!' En mijn docent zegt: ‘Kan ik je ergens mee helpen? Ik zie dat je hier talent voor hebt, maar dat het er nog niet helemaal uitkomt!'
Gebroken spiegels
Zo mooi als ik het net voorstelde, gaat het in de praktijk vaak niet. Want meestal loop ik in een lachspiegelhal, dan ben ik intensief bezig met de weergave van de spiegels. Wat zeggen anderen over mij? Wat ik met deze bezigheid vergeet, is dat de meeste spiegels verbogen zijn en daardoor de werkelijkheid niet kunnen weergeven. De ene spiegel heeft zelf veel pijn en vergroot alles uit. Een ander spiegel is zo jaloers, dat ik in een korset gepropt word. Weer een andere spiegel heeft zoveel verdriet, dat hij alles veel te rooskleurig weergeeft omdat hij zelf erg bang is voor afwijzing. In feite laten al die gebroken spiegels mij niet zien zoals ik echt ben. Dat maakt mij verdrietig, want ik wil graag weten wie ik ben en ik wil er graag mogen zijn.
Grijze stippen
Hoe moet ik dan weten wie ik ben? Aan wie kan ik mij dan wel spiegelen? Hoe weet ik dat een spiegel het verkeerd weergeeft? Max Lucado vertelt in zijn boek ‘Niemand is zoals jij' over Nerflanders. Nerlanders zijn houten poppen gemaakt door Eli, een houtsnijder. Deze Nerflanders wonen in een dorp en geven elkaar stickers: gouden sterren en grijze stippen. Nerflanders die heel veel gouden sterren dragen, voelen zich heel gelukkig. Maar Nerflanders die weinig bijzonders kunnen, krijgen grijze stippen. Wout krijgt zoveel grijze stippen, dat hij bang is iets te zeggen of nog iets te doen. Dat maakt hem ongelukkig.
Dan komt hij bij Eli, zijn maker. Eli zegt: ‘Je hebt nu heel veel stickers. Kom elke dag maar bij me, zodat ik je kan laten merken hoeveel ik van je houd. (...) Vergeet het niet, jij bent bijzonder omdat ik je heb gemaakt en ik maak geen fouten.' Toen Wout de werkplaats uitliep, dacht hij: volgens mij meent Eli het echt. En terwijl hij dat dacht, viel er een grijze stip op de grond.
Ogen van God
En ik... ga ik ook naar mijn Maker?
God heeft precies die hoeveelheid genen van mijn vader en van mijn moeder genomen om mij te maken. Ik ben uniek! Maar als ik in de hemel bij mijn Maker kom, dan zal Hij wel vragen wat ik met mijzelf gedaan heb. Dan kan ik niet zeggen: ‘Sorry, U heeft mij geen goede spiegels om mij heen gegeven. Daarom ben ik iemand anders geworden dan U mij gemaakt heeft!'
Als ik die noodzaak zie om te worden zoals God me gemaakt heeft, dan leer ik in gebed vragen: ‘Heere God, wilt U mij laten zien hoe U over mij denkt en wie ik ben?' Dan leert Hij mij dat langzaam maar zeker ontdekken. Het bijzondere daarvan is dat ik dan in allerlei spiegels ga leren kijken. Maar dat moet ik niet klakkeloos doen. Als iemand zegt: ‘Dat doe je goed!', dan ga ik terug naar mijn Maker en vraag ik: ‘Bent U het daarmee eens?' Als iemand tegen mij zegt: ‘Dat moet je anders doen, want dit is niet goed!', dan ga ik naar mijn Maker en zeg ik: ‘Wat vindt U daarvan? Is het beter als ik het anders doe? Hoe komt het dat ik het zo doe?'
Het bijzondere is dat mijn hart leert kijken met de ogen van God en zo leer ik stap voor stap wie ik ben. In Psalm 118 staat: : ‘De HEERE is bij mij onder degene die mij helpen!' Tegelijkertijd staan er twee verzen achter die waarschuwen van mensen en prinsen niet alles te verwachten. Ik mag andere mensen als spiegels gebruiken en God geeft ze aan mij om zo mezelf en Hem te leren kennen. Maar ik moet altijd bij mijn Maker checken of de spiegels wel goed staan en eerlijk zijn!
De ander
Nu ik - dagelijks bij Jezus komend - weet wie ik ben, kan ik ook een goede spiegel zijn voor anderen. Want God geeft mij twee belangrijke geboden: God liefhebben boven alles en mijn naaste als mijzelf. Ik kan de ander alleen liefhebben als ik mijzelf ken en liefheb. En als ik mezelf liefheb, dan leer ik ook anderen lief te hebben. Dan ga ik niet meer oordelen en niet meer veroordelen, want ik ga eerst naar de ander toe om te vragen hoe het zit. Ik stoot de ander niet af omdat hij iets verkeerd doet, want ik weet hoe snel ik zelf ook fout zit. Ik help de ander, omdat ik weet wat het is om geholpen te worden. Ik luister naar de ander en geef hem terug wat ik hoor, omdat ik weet hoe belangrijk het is dat iemand echt naar je luistert.
Zo word ik zoals God mij bedoeld heeft en zo help ik een ander te worden zoals God hem bedoeld heeft: parels in Gods handen!
Meer lezen over Wout en de Nerflanders? Bij uitgeverij Ark Boeken zijn in deze serie van Max Lucado meerdere boeken uitgegeven, waaronder ‘Niemand is zoals jij'.
Schrijver: Dineke Sinke-van Kooten
Bron: Cruciaal jaargang 4, nummer 6
| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
Er zijn nog geen reacties gegeven...