| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
Avond aan avond was zij op pad. Veel sociale contacten had ze. Vrienden, ook wat mensen die ze bezocht omdat zij dat nodig hadden. En actief in allerlei commissies. Studentenvereniging, bijbelstudiegroep, muziekgroep. Altijd bezig. Zo kende iedereen haar. En op de één of andere manier lukte het haar ook nog om te studeren. Er werd tegen haar opgekeken. Maud leek alles te kunnen...
Maud
Maud kon niet anders. Ze moest wel. Van haarzelf. Want als ze niet druk was, voelde ze zich zo leeg. Alsof ze dan bijna van zichzelf vervreemd werd. Dat was al lang zo. Ook al toen ze nog bij haar ouders woonde. Maar sinds ze vorig jaar op kamers is gaan wonen, is het erger geworden. Thuis op haar kamer zit ze soms urenlang op haar bank en staart. Of achter haar buro en piekert.
Gelukkig is ze niet dom. Als ze echt onder druk staat vanwege een tentamen en een halve nacht doorwerkt, redt ze het ook altijd weer. Maar langzamerhand dringt de mist zich op. De wereld lijkt steeds grijzer, de zon komt niet meer door.
Zo hoog als mensen om haar heen tegen haar opkijken, zo laag heeft Maud zichzelf staan.
Ze is een niets. Als anderen wisten wie ze echt is, zouden ze haar verachten, laten vallen. Ze lijkt zo sterk, straalt vriendelijkheid uit, maar ze voelt zich somber, intens moe van binnen. Het leven weegt zwaar. Ze is 20, maar voor haar hoeft het (zo) niet nog twintig jaar te duren.
's Morgens kost het haar moeite om de dag weer te beginnen. De levenslust die ze veinst voor haar omgeving, is nergens te bekennen als ze alleen is. Lang hield ze dit vol. Totdat ze sinds een week of drie ook niet meer kan slapen. Kapot is ze. ‘Een dipje', houdt ze zichzelf koppig voor. Zo komt ze bij de huisarts. Ze wil heel neutraal vragen om wat slaapmiddelen.
Maar als de dokter haar alleen maar vragend aankijkt, weet ze niets anders te zeggen dan:
‘Dokter, ik geloof dat ik gek word...'
Een verstandige huisarts treft ze. Hij vraagt door en ziet dat hier een jonge vrouw voor hem zit met een stevige depressie...
Nard
‘Zullen we nog wat drinken? Ik ben zo depri.' Samen stappen ze een café binnen. ‘Ik heb het helemaal gehad. Ik heb zoveel commentaar op m'n scriptie gekregen, dat ik net zo goed opnieuw kan beginnen. En m'n vriendin begint er steeds meer aan te twijfelen of ze onze verkering nog wel ziet zitten. Ik baal wel zo heel gruwelijk.'
Nard moet z'n verhaal kwijt. Gert luistert. Al pratend komt Nard over z'n dip heen. Het zijn een aantal rotproblemen bij elkaar, maar z'n wereld staat immers nog niet op instorten?
Geweldig, zo'n vriend tegen wie je aan kunt praten. Kun je daarna de wereld weer aan. Depri bleek een dipje te zijn.
Dipje of depressie
Dipjes komen in ieders leven voor. Kan een paar uur duren, een dag of soms een paar dagen. Een dipje of je depressief voelen, wel vervelend, maar niet ernstig. Depressies komen gelukkig niet in ieders leven voor. Je zou kunnen zeggen dat een depressie een dip is die langer dan twee à drie weken duurt. Bij een depressie is een constant (soms op de achtergrond aanwezig) gevoel van somberheid, leegte, lusteloosheid, gebrek aan levenslust en levenszin. En als dat lang duurt, kunnen ook andere symptomen ontstaan: concentratiestoornis, eet- en slaapproblemen (overmatig eten of slapen, of juist geen eetlust en niet kunnen slapen), negatief zelf- of wereldbeeld, huilbuien, wel willen huilen maar niet kunnen, angst, prikkelbaarheid, apathie (het lijkt of alle emoties verdwenen zijn en reacties worden vlak en mat), schuldgevoelens. Het kan enkele weken, maar ook enkele jaren duren. Een depressie duurt gemiddeld vier tot zes maanden. Vaak komen depressies nog een aantal keren terug.
Oorzaken
De oorzaken van een depressie zijn heel divers en meestal is er een combinatie van factoren die maakt dat iemand depressief wordt. Voor een deel kunnen hierin erfelijkheid of biologische oorzaken meespelen. Sommige mensen hebben wat meer aanleg om depressief te worden dan anderen, door hun karakter en door de manier waarop ze in het leven staan, of wel hun persoonlijkheidsstructuur. Ook zijn mensen die in hun jeugd veel meegemaakt hebben, soms kwetsbaarder en daarom gevoeliger voor depressiviteit. Verhuizing, eenzaamheid, weinig (echte) vrienden, laag zelfbeeld, rouw, oververmoeidheid, perfectionisme en misbruik, kunnen een depressie stimuleren bij iemand die er toch al wat aanleg voor heeft.
Voorkomen
Iedereen kan met een depressie te maken krijgen, maar zoals eerder gezegd heeft de ene persoon er meer aanleg voor dan de ander. Ongeveer tien procent van de mannen en twintig procent van de vrouwen heeft één of meer malen te maken met een depressie in hun leven. Het kan op alle leeftijden voorkomen, maar het meest komt het voor tussen de 20 en 40 jaar.
Het is heel zwaar als je leven door een periode van depressief zijn heen gaat, maar het is geen schande. Zelfs vele groten der aarde hebben ermee te maken gehad. Ook in de Bijbel kun je bij grote ‘geloofshelden' uitingen van depressiviteit bespeuren.
Kun je het voorkomen? Nee. Zelfs psychiaters, die er ‘alles' van weten, kunnen in een depressie terechtkomen. Het is dus nooit een kwestie van ‘eigen schuld' als je te maken krijgt met een depressie. Wel kun je voorwaarden scheppen die het ontstaan van een depressie beperken. Bijvoorbeeld door je eigen grenzen in acht te nemen. In een periode van oververmoeidheid en stress kan een depressie makkelijker ontstaan. En door te zorgen voor een goede conditie. Goed eten en voldoende slapen zorgen ervoor dat je minder kwetsbaar bent. Maar ook door jezelf niet op te sluiten of af te sluiten voor je omgeving.
‘Pillen en praten'
Gelukkig is een depressie goed behandelbaar. Een behandeling lost het niet direct op, maar kan het genezingsproces wel stimuleren en versnellen. Het meest effectief blijkt wel de combinatie te zijn van ‘pillen en praten'.
Belangrijk is vooral om jezelf niet te veroordelen als je met depressieve gevoelens te kampen hebt. Je moet ze ook niet verstoppen. Dat maakt het alleen maar erger. Het is geen schande om depressief te zijn, het is een kruis waar je zelf niet om vroeg. Praat over je stemming of je stemmingsgevoeligheid met anderen. En als dat niet voldoende is, zoek dan professionele hulp. Praten doet goed. Hulp van anderen kan je helpen! Praat er vooral over met God. Want er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen!
Omgeving
Is iemand in jouw omgeving depressief? Blijf beschikbaar, wees bereid om te luisteren. Luisteren zonder oordelen en zonder afwijzen. Het tonen van belangstelling en respect is belangrijk. Ga vooral niet ‘beleren', opnoemen waar die ander toch vooral nog dankbaar om moet zijn of beargumenteren dat er geen reden is tot somberheid. Dit helpt niet.
Ga ook niet al te veel ‘zorgen'. Behandel iemand niet als een onvolwassene, voor wie gezorgd moet worden, dan kleineert alleen en maakt het erger. Ook ongevraagde adviezen hebben meestal weinig effect. Accepteer die ander, met zijn of haar depressie. Het kan de ander wel helpen om hem of haar te stimuleren een normale dagindeling aan te houden en de dingen te blijven doen die hij of zij altijd al prettig vond. Ga vooral niet voor ‘redder' of therapeut spelen, want dat red je niet... Beter is om de ander te stimuleren professionele hulp te zoeken.
Ooit las ik een verhaal en daarmee sluit ik af. Over een klein jongetje. Met een groot hart. De buurman van dat jongetje was erg verdrietig. Zijn vrouw was overleden. Het ventje zag de oude man huilen en ging bij hem zitten. Later vroeg zijn moeder: ‘Wat heb je gezegd?' ‘Niets', antwoordde het jongetje. ‘Ik heb hem helpen huilen.'
Schrijver: Wilke het Lam
Bron: Cruciaal jaargang 2, nummer 6
| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
Er zijn nog geen reacties gegeven...