Moet je wel eens uitleggen waarom je in God gelooft? Of vragen je buitenkerkelijke vrienden en bekenden er nooit naar? En als het wel gebeurt, heb je dan goede argumenten? Of kom je niet verder dan: ‘Zo heb ik het altijd geleerd', of: ‘Zo staat het in de Bijbel'? Het lijkt in eerste instantie tegenstrijdig: maar er zijn beste goede argumenten om te geloven in God. Vroeger werden christenen vaak in de verdediging geduwd om maar argumenten voor hun geloof in God te geven. Tegenwoordig is dat een stuk minder. Iedereen wordt min of meer vrijgelaten in zijn of haar geloof. Dat biedt vervolgens ook weer mogelijkheden om toch het gesprek aan te gaan over je geloof. In dit artikel staan tien redenen die je mogelijk kunt gebruiken om aan te geven waarom niemand om God heen kan.
Reden 1: Het leven
Als je om je heen kijkt, ziet alles er ingenieus uit. Geen designer of architect is ook ooit maar in de buurt van het ontwerp van de schepping gekomen. En dat geldt niet alleen voor het ontwerp van de schepping, maar in het bijzonder voor het leven dat in de schepping aanwezig is. Het is mensen nog nooit gelukt om van dode materie levende wezens te maken. Achter het leven moet dus wel een Schepper zitten!
Reden 2: Het heelal
Onze waarneming is beperkt door tijd en ruimte. Maar als je naar het heelal kijkt en je de afstanden op je laat inwerken, is dat wel een bewijs dat er méér is dan alleen het hier en nu. Ik las ergens een voorbeeld van iemand die een horloge op het strand vond. Als je zoiets vindt, dan denk je toch niet dat al die onderdelen daar toevallig op het strand in elkaar zijn gevallen, om vervolgens te besluiten de tijd aan te geven?
Zo het is ook met het heelal, dat zit zo kunstig in elkaar (daar is een horloge nog niets bij). Dat kan niet toevallig in elkaar gezet zijn. Er moet wel Iemand zijn die onze tijd en ruimte overstijgt en die de grondlegger is van dat enorme heelal.
Reden 3: Moraal
Als je met iemand uit een totaal andere cultuur in contact komt, dan blijkt vaak dat je ondanks al die verschillen toch ook dezelfde gedachten kan hebben over goed en kwaad, zeg maar de moraal. Onderzoek heeft ook aangetoond dat er in allerlei verschillende culturen onafhankelijk van elkaar een aantal basisprincipes aanwezig zijn, die te maken hebben met wat goed is en wat fout is. Die rode draad moet wel wijzen naar een hogere norm van Goedheid. Omdat mensen dit in principe niet uit zichzelf bedenken, moet dit wel bij God vandaan komen.
Reden 4: Denken
Ons verstand is iets enorms. Wetenschappelijk kunnen we bijna alles aan. Inderdaad bijna alles, want elke keer moet de wetenschap ook weer erkennen dat zij net niet in staat is alles in schema te brengen. Er moet dus iets of iemand zijn die groter is dan wij mensen met z'n allen kunnen bedenken. Iemand die ook ons verstand heeft gemaakt.
Reden 5: Liefde
In het dagelijks leven lijkt alles op het eerste gezicht om zakelijke afspraken en logische verbanden te gaan. Al je dieper waarneemt, blijkt de diepste drijfveer en motivatie van mensen verder te gaan. Uiteindelijk heeft ieder mens een diepe behoefte aan genegenheid, aan liefde. Dit komt direct voort uit onze afhankelijkheid van onze Schepper en onze Vader, die ons eerst heeft liefgehad.
Reden 6: Begin
We weten allemaal vanuit de dagelijkse praktijk dat iets niet zomaar kan ontstaan of zomaar in beweging kan worden gebracht. Wij zetten iets in beweging, omdat wij daar zelf actie voor ondernemen. Dat geldt voor alle dingen, dus ook voor de wereld waarop we leven. De wereld heeft niet zichzelf in beweging gezet. Er moet Iemand zijn geweest die de wereld in beweging heeft gezet en er een begin mee heeft gemaakt.
Reden 7: Doel
Vraag eens aan anderen wat hun levensdoel is. Iedereen zal direct wat concrete doelen kunnen noemen: leuke man of vrouw ontmoeten, aantrekkelijke baan, kinderen krijgen, iets betekenen voor anderen, et cetera. Maar elke keer kun je verder vragen: ‘Is dat echt het doel van je leven?' Uiteindelijk zal iedereen moeten erkennen dat er ook doelen zijn buiten ons eigen leven. Blijkbaar geeft alleen dit leven, hier op aarde, niet de uiteindelijke voldoening die we allemaal toch zoeken. God wil ons een hoger doel geven en ons hele leven mag in het teken van dat doel staan.
Reden 8: Wonderen
Vrijwel iedereen heeft ze wel eens gehoord: verhalen die we eigenlijk niet kunnen begrijpen, die te bijzonder zijn om het toeval te noemen. Het is eigenlijk heel raar dat mensen eerder geneigd zijn iets toeval te noemen dan een ingrijpen van God. Geloven in toeval is verstandelijk niet uit te leggen. Wonderen gebeuren en als er wonderen gebeuren, moet dit wel wijzen op het bestaan van God.
Reden 9: Zoektocht
Ieder mens kent wel het gevoel dat hij of zij iets mist. Het gevoel dat het beste vergeleken kan worden met iemand die zijn vader of moeder kwijt is en weet dat deze nog ergens op aarde rondloopt. Wat een onrust! Die persoon zal er alles voor over hebben om zijn vader of moeder te vinden. Dit gevoel hebben we omdat wij naar Gods beeld geschapen zijn en eigenlijk diep in onszelf een verlangen hebben om ons te spiegelen aan dat beeld. Daarom zei Augustinus: ‘Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U'.
Reden 10: Jezus
Eigenlijk is de persoon Jezus hét argument bij uitstek. Het leven dat Jezus heeft geleefd en de manier waarop Hij zichzelf heeft opgeofferd in het belang van ons mensen, dat is zo bijzonder. Dat zal een gewoon mens toch nooit doen? Daar moet God wel achter zitten, sterker nog: dat moet God zelf wel zijn!
Natuurlijk komen we niet tot geloof door alleen maar argumenten op een rijtje te zetten. Daar is uiteindelijk de Heilige Geest voor nodig, die ons hart aanraakt. Maar dat wil zeker niet zeggen dat er geen argumenten te bedenken zijn voor ons geloof. God wil ons verstand gebruiken om van Zijn bestaan te getuigen. Lees ook maar eens wat Paulus hierover zegt in Romeinen 1:20. Wij mogen dus ook naar anderen toe getuigen van het bestaan van God en daarbij helemaal ons verstand gebruiken. Probeer het maar eens uit! Wij zijn benieuwd naar je reactie. En als je nog meer redenen hebt, geef ze dan gerust door: cruciaal@hgjb.nl
Schrijver: Harmen van Wijnen (directeur HGJB)
Bron: Cruciaal jaargang 2, nummer 3