Wederkomst

Bang voor de wederkomst?

Stel je voor: je hebt geweldige ruzie met je broer of zus gehad. Door die ruzie viel er ook nog iets van de tafel, kapot op de grond, een mooi glaswerk van je ouders. Je vader kwam binnen, greep in en met bulderende stem heeft hij je naar boven gestuurd. Ik kom zo wel met jullie praten, zei hij nog. Dan zit je op je kamer te wachten. Enerzijds zie je ertegen op, dat hij naar boven zal komen. Je hebt er helemaal geen zin in. Je weet, hoe kwaad hij zich kan maken, hoe hij met de deuren kan slaan, en met welke grote stappen hij de trap op zal komen. Aan de andere kant weet je dat het toch een keer moet gebeuren en dan maar liever snel. Intussen luister je goed naar de geluiden beneden. Je hoort je ouders met elkaar praten. Druk geloop door het huis, komt je vader nu de trap op? Is het inderdaad zo, dat hij nu al bijna boven is, of gaat hij nu toch weer terug?

Dit zou je kunnen vergelijken met de wederkomst van de Heere Jezus. Hij zal naar deze aarde terugkomen om te gaan oordelen, om te gaan kijken, wat goed was en wat kwaad. En als je goed om je heen kijkt en luistert, dan hoor je Zijn voetstappen al. De Bijbel noemt ze. En inderdaad, het zijn harde voetstappen, dat vooral, want Hij komt om te oordelen, om te straffen. En Hij heeft heel wat met de mensen te bespreken, net als die vader uit dat voorbeeld. Want er zijn genoeg dingen, die helemaal niet gaan, zoals God het wil en zoals Hij had bedoeld. Dat moet Jezus aan de orde stellen.
In die voetstappen komt het oordeel al naar voren. De Bijbel noemt een aantal van die voetstappen: Oorlogen, geruchten van oorlogen (je hoort, dat er ergens een oorlog is), hongersnood, ziekte en epidemieën, aardbevingen (Matth. 24: 6 en 7). Hoor en zie je al van die voetstappen van Jezus’ komst? Is Hij er al bijna?
En voor een gelovige is misschien nog wel het moeilijkste, dat het soms lijkt, alsof Hij helemaal niet meer komt. Zoals bij die vader uit dat voorbeeld. Kwam hij nu maar, want het moet toch een keer gebeuren. Het moet toch een keer worden opgelost. Zo kan het ook niet verder.
Maar er zijn soms tijden,. Dat het lijkt, alsof Jezus nooit meer komt. Dan wordt je vervolgd als je gelooft, dan zijn er andere godsdiensten en valse profeten (mensen, die zeggen, dat ze je bij God kunnen brengen), en de liefde van God lijkt helemaal weg (Matth. 24: 9-12). Dat is misschien wel het ergste: dat het lijkt alsof het nooit zal gebeuren. Je dacht: mijn vader komt eraan, maar nee hoor, weer niet. Je dacht, nu zal Jezus wel terugkomen, maar nog niet.
De Bijbel is dus niet zo positief over die laatste tijd. Er gebeuren dan allemaal vreselijke dingen. Het lijkt vooral een tijd om tegenop te zien. Toch vergeten we dan iets heel belangrijks. Want in dat voorbeeld is het uiteindelijk wel zo, dat je hoopt, dat je vader op een bepaald moment komt. Je ziet ertegen op, want je weet, dat het een pittig gesprek zal worden. Je vader zal je nog eens goed laten zien, wat je verkeerd hebt gedaan. Maar toch, het is de enige manier, waarop het goed kan komen. Want je weet, dat dat de bedoeling van je vader is. En het zal ook goed komen met je broer of zus. “Geef elkaar een hand”, zegt je vader, “en maak het goed”.

Zo is het ook met de komst van de Heere Jezus. Het zal niet makkelijk zijn. Die voetstappen doen je soms huiveren. Maar toch weet je, dat het moet, dat het nodig is. Het is nodig, dat God alles recht zal zetten. In deze wereld en ook in je eigen leven. Dan zullen alle slechte dingen ook genoemd worden, de boeken zullen opengaan. Dan weet je, dat je straf hebt verdiend. Maar als je de Heere God als je Vader hebt leren kennen, zie je er ook naar uit. Je weet, dat het de enige manier is, waarop het goed kan komen, echt goed kan worden. Want alleen Hij kan daarvoor zorgen.
Als je weet, dat het je Vader is (nu met een hoofdletter), dan zie je er tegenop, maar weet je toch ook: het moet. Dan ga je samen met Jezus naar de Vader toe. Hij heeft het voor je goed gemaakt. Een kind van God wordt je door het geloof in Jezus Christus. Hij heeft de straf gedragen en ieder, die in hem gelooft, is een kind van God.
Als je de Heere God nog niet kent als je Vader, heb je meer om te vrezen. Dan zijn die oorlogen, die voetstappen, nog maar het begin. Dan komt de Heere Jezus om je in naam van God rechtvaardig te straffen.
Als je een kind van Hem bent, dan weet je het. Hij komt er misschien wel boos aan, maar toch zal Hij mij in Zijn armen sluiten. Zoals die vader uit dat voorbeeld. Hij gooit de deur van je kamer open. Hij ziet je verdriet om wat er fout is gegaan en hij legt zijn armen om je heen en omhelst je. Zo is de hemelse Vader ook. Als we Hem kennen, dan zijn het wel harde voetstappen, er wordt met de deuren geslagen (en terecht, er is ook zoveel gebeurd), maar Hij komt je toch omhelzen. Zijn liefde wint.
De wederkomst, je kunt er tegenop zien. Wat moet er veel worden rechtgezet. Wat heeft God een reden om boos te zijn.
De wederkomst, je kunt ernaar uitzien. De enige manier, waarop het ooit goed kan komen, voor altijd goed. Als je Jezus kent als je Redder, dan sluit de Vader je in Zijn armen. Hoor je de voetstappen van Jezus al?

Bron: Spirit jaargang 20, nummer 5

|