Gemeente-zijn

Het gemeente-experiment

Een discussie over gemeente-zijn tijdens de jeugdvereniging leidt tot een bijzonder experiment. De vraag naar het belang om lid te zijn van een kerkelijke gemeente, blijkt niet zo makkelijk in theorieën en in woorden te vangen. De jongeren weten uit de verhalen van hun predikant op catechisatie en uit de verhalen van hun ouders wel dat geloven zonder een plaatselijke gemeente eigenlijk niet kan. Maar als ze eerlijk zijn, is hun gemeente nu ook niet zo opbouwend voor hun geloof. Ze denken dat ze ook wel zonder kunnen. Daarom besluiten vier jongeren de proef op de som te nemen.

Ze kenden elkaar al een lange tijd: Anita, Dirk, Arjan en Marijke. De afgelopen jaren hadden ze samen met anderen van hun leeftijd een heel traject gelopen: zondagsschool, kinderclub, catechisatie, tienerclub en nu de jeugdvereniging. Ze waren onderling nu niet direct de meest hechte vrienden. Maar op deze avond waren ze met z'n vieren in hetzelfde gesprekgroepje terecht gekomen.
Het ging die avond op de JV over gemeente-zijn. Vooraf hadden ze er niet zoveel zin in gehad. Het zei hen niet zoveel. Ze hadden meer behoefte aan een wat praktisch thema en wat ontspannends. Het was per slot van rekening de laatste avond van het seizoen. En ze hadden gelijk gekregen. De inleiding van Joop was nogal theologisch en saai geweest. Aan de hand van Handelingen 2:41-47 had hij de ideale gemeente geschetst. Het duizelde hen allemaal nog een beetje: een lerende gemeente, een dienende gemeente, een vierende gemeente et cetera. Het kon niet op.

Proef op de som
En nu zaten ze met z'n vieren elkaar aan te kijken met de gespreksvragen die Joop had uitgereikt over hun gemeente. Of de verschillende aspecten van gemeente-zijn wel voldoende aan bod kwamen in de gemeente, was de vraag. Arjan was begonnen: 'Ik heb eigenlijk niets aan de gemeente voor mijn geloofsleven. Ik kan net zo goed geloven zonder de gemeente.' De anderen sputterden eerst nog wat tegen. Maar dat werd snel minder toen ze steeds eerlijker werden naar elkaar. De werkelijke toegevoegde waarde van hun gemeente werd steeds minder duidelijk.
Anita kwam met het idee: 'Laten we de proef op de som nemen', had ze half fluisterend gezegd. 'We kappen er gewoon een half jaar mee. Geen contact meer met de gemeente, ook niet meer naar de JV aan het begin van het nieuwe seizoen en ook geen contact meer met elkaar. Na een half jaar gaan we dan de ervaringen uitwisselen.' Laten we de EO vragen voor reli-reality tv hadden ze gekscherend gezegd. Ze zeiden verder niets tegen de andere leden van de JV en de leiding. Ze zouden het vanzelf merken. Ze trokken de agenda's en spraken af ergens in de herfstvakantie, een half jaar later.

Een half jaar later
Arjan was de eerste die arriveerde bij het restaurant waar ze hadden afgesproken. Hij was iets te vroeg. Hij ging aan een tafeltje bij het raam zitten, in afwachting of de anderen er al aan kwamen. Hij had erg uit gekeken naar deze ontmoeting. Op één of andere manier had hij de anderen gemist. En niet alleen de anderen, maar ook de rest van de gemeente. Maar hij had zich voorgenomen dat niet te zeggen. Arjan had geprobeerd zijn geloofsleven vorm te geven door zelf te lezen, door op zondagochtend naar ds. Arie van der Veer te kijken op tv en af en toe een preek te downloaden van internet. Maar als hij eerlijk was, moest hij erkennen dat de klad er wat in was gekomen. De eerste maanden had hij een heel rooster gemaakt wat hij allemaal wilde lezen en welke preken hij zou gaan downloaden. Maar na een week of drie was het minder geworden. Sinds de zomer keek hij voor de vorm alleen 's zondags nog naar ds. Van der Veer, als hij tenminste op tijd wakker was.
Ondertussen was Anita binnen komen lopen. Uitbundig had Anita haar belevenissen verteld. Ze was bezig geweest met het opzetten van een evangelisatieblaadje in haar buurt. Een levend geloofsleven betekent getuige zijn in je directe omgeving. 'Met wie dan?', had Arjan gevraagd. Nou gewoon alleen. Ze had een krantje gemaakt met kleurplaten voor de kinderen. En voor volwassenen elke keer een korte overdenking uit de Bijbel waarin ze getuigde van haar geloof. Als mensen vragen hadden, konden ze mailen of bellen. Vol bewondering had Arjan geluisterd. Hij had het blijkbaar verkeerd aangepakt. Hij nam zich voor oppervlakkig wat te vertellen over zijn ervaringen.



Kleurplaten

Arjan vroeg met hoeveel kinderen en volwassenen Anita contact had gehad. Anita zweeg even. Daarna vertelde ze eerlijk dat het in het begin wel was aangeslagen en dat de kinderen de eerste keer de kleurplaten bij haar door de bus hadden gedaan. Ze had drie kinderen een prijsje gegeven, die ze zelf had gekocht. Maar van alleen een studiebeurs en een schamel loontje van de bakker waar ze op zaterdag werkt, kon dat niet meer zijn dan een kleinigheidje. Na het tweede krantje was het aantal kleurplaten al met meer dan de helft afgenomen en na vier keer was er niets meer gekomen. 'O', had Arjan gezegd, 'maar met hoeveel volwassenen heb je contact gehad?' Met drie. Een echtpaar dat onderling behoorlijke problemen had, waar Marijke zelf niet mee uit de voeten kon. En een alleenstaande man twee straten achter haar van wie ze zich ernstig had afgevraagd of zijn belangstelling naar het geloof uitging of naar haar. Ze had hem nooit een reactie gegeven. Na vier krantjes was ze gestopt.

'Niet best!'
Inmiddels was Dirk binnen komen stormen. Hij was de tijd vergeten. 'Nou, hoe is het gegaan', vroeg hij aan Anita en Arjan. Hij had een goede tijd gehad. Veel andere mensen ontmoet en toch ook wel gegroeid in zijn geloofsleven. Hij was alle sing-ins en praiseavonden afgelopen. Ook bij alle jeugdkerken in de buurt was hij geweest. Dat waren goede alternatieven voor het gemeenteleven, was zijn stelling geweest.
'En hoe is het bij jullie gegaan?', vroeg hij belangstellend. Anita en Arjan keken elkaar aan en zeiden tegelijk: 'Niet best!' Arjan vertelde dan zijn plan om zelf een aanbod van preken samen te stellen via boeken, tv en internet, was gestrand. Anita deed verslag van haar mislukte missionaire activiteiten vanuit haar kamer. Na hun beide openhartige verslagen besloot Dirk ook eerlijk zijn belevenissen te delen. Na vier weekenden was de lol er vanaf en was hij steeds minder gegaan. De muziek was wel goed en de toespraken ook wel. Maar het leek wel of het niet echt landde in zijn leven. Ze zwegen even, totdat Arjan zei: 'Marijke is er nog steeds niet.'

Genieten van de gemeente
Anita had haar mobiele nummer en belde Marijke. Aan haar reactie merkten Dirk en Arjan dat het niet goed was. 'Ze is er helemaal mee gekapt', zei Anita. 'Al heel snel na onze afspraak van een half jaar geleden.' Anita vertelde verder. Het had blijkbaar nooit zo diep gezeten bij Marijke. Het leek wel of ze direct droog was komen te staan. Haar geloof had geen voeding meer ontvangen en was heel snel afgestorven. Ze had ook geen zin om te komen. Alle drie kregen ze hetzelfde idee: dan moeten we naar haar toe. Bij Marijke aangekomen, deelden ze hun ervaringen. Het werd een diepgaand gesprek. Aan het einde van de avond las Arjan een stukje uit de Bijbel: Handelingen 2, vers 41-47 en bad Anita. Marijke barste in tranen uit en zei snikkend dat ze nu eindelijk besefte wat het betekent om onderdeel te zijn van een gemeenschap. Ze beloofden elkaar plechtig om elkaar en de rest van de gemeente niet meer uit het oog te verliezen, hun plaats volop in te nemen in de gemeente en te genieten van de gemeente als het lichaam van Christus met Hem zelf als Hoofd.

Schrijver: Harmen van Wijnen (HGJB)
Bron: Cruciaal jaargang 4, nummer 5

|