Homoseksualiteit

Wat moet ik als christen met die gevoelens?

Gert over zijn homo-zijn - Een groepje jongens zoekt in de videotheek een leuke film voor vanavond. Spanning is een eerste voorwaarde, maar de vrouwelijke hoofdrollen zijn natuurlijk óók belangrijk: ‘Wow, dat is echt een stuk zeg!' Of: ‘Daar vind ik nou echt helemaal niks aan!' Eén van de jongens geint een beetje mee, maar zegt ondertussen niks. Z'n maten moesten eens weten: stiekem hoopt hij dat ze zullen kiezen voor die film met die knappe (mannelijke) acteur. Hij is homo!

Gert van de Werken weet ervan uit de praktijk. Toen hij 16 was, is hij gaan praten over zijn homofiele gevoelens. Nu is hij 21 en weten ook zijn vrienden dat hij homo is. Maar zomaar zeggen dat je een man mooi vindt, dat blijft lastig... Kán dat eigenlijk wel, mág het...?

‘Val je op jongens?'
Gert heeft nooit wat met meisjes gehad. Natuurlijk, als 12- en 13-jarig jochie deed hij gewoon mee met de andere jongens: praten over meisjes. Maar hij voelde er niks voor. Een paar jaar later merkte hij dat hij gevoelens voor jongens en mannen kreeg: ‘Dat zal zijn geweest toen ik 14, 15 was. Het gekke was: ik wist dat ik op jongens viel, maar ik noemde het nog niet ‘homofiele gevoelens'. Ik had evengoed ideeën over een gezin, kinderen krijgen en dat soort dingen meer. Ik besefte nog niet wat er met me aan de hand was en dat dat definitief zou zijn.'
Op z'n zestiende werd steeds duidelijker dat Gert ergens mee zat. Hij kwam bij een leraar terecht die ook vertrouwenspersoon was. Op een gegeven moment vroeg hij het Gert rechtstreeks: ‘Val je op jongens?' Gert: ‘Ik heb dat toen ontkend, want ik wist niet wat de gevolgen zouden zijn als ik het toegaf. Maar achteraf vond ik dat ik eerlijk moest zijn. Een paar dagen later ben ik weer naar die leraar gegaan en heb ik het hem verteld... Vanaf dat moment ben ik het ‘homofiele gevoelens' gaan noemen.'
‘Het was natuurlijk best heftig allemaal. Hij was de allereerste persoon aan wie ik het vertelde. Gelukkig reageerde hij heel goed. Hij zei dat hij zich kon voorstellen dat het heel moeilijk voor me was. En ook dat hij me er niet minder om vond. Voor God was het geen obstakel om van me te houden, zei hij. Aan de ene kant was ik erg opgelucht dat ik het tegen iemand gezegd had. Maar ik vond het óók erg verwarrend. Vooral de vraag wat ik als christen met die gevoelens moest, dat vond ik erg moeilijk. En eigenlijk vind ik dat nog steeds een lastige vraag.'

Op de jv verteld
Na de gesprekken met de leraar, is Gert ook met anderen over zijn homofiele gevoelens gaan praten. Eerst in de hulpverlening (via die leraar) en daarna ook met z'n ouders: ‘Voor hen was het natuurlijk best een grote schok. Maar ze gingen er behoorlijk goed mee om. Het eerste wat ze zeiden, was: ‘Je blijft gewoon Gert en we houden nog net zoveel van je.' Daar was ik natuurlijk erg blij mee.'



Door erover te praten, ging Gert het langzamerhand accepteren: ik ben homo. Maar hoe meer hij erover nadacht, des te meer ging hij zich eraan ergeren hoe andere mensen over dit onderwerp praten: ‘Er worden allerlei opmerkingen en grapjes over gemaakt. Mensen staan er niet bij stil dat er iemand kan zijn die hier persoonlijk mee te maken heeft. Door zulke opmerkingen voelde ik me extra eenzaam: ze moesten eens weten... Het deed en doet me pijn als er zo over wordt gepraat.'
‘Onder andere dáárom heb ik het vorig jaar ook op de jeugdvereniging verteld. Ik had het er met de leiding over gehad en die vond het een goed idee. 't Was natuurlijk wel heel spannend, maar het ging best goed. Sommigen vonden het wel heftig dat ik het vertelde, maar de meeste zaten er niet zo mee. Ze hebben min of meer excuses aangeboden voor vervelende opmerkingen enzo. Sindsdien is er eigenlijk niet eens zoveel meer over gepraat, ze accepteren het gewoon van me.'

Alleen blijven
Alhoewel... Gert geeft toe dat hij nog steeds niet echt zichzelf durft te zijn. ‘Als ik een leuke jongen zie, zou ik dat gewoon willen zeggen: dat vind ik een leuke jongen. Net zoals een andere jongen dat van een meisje kan zeggen. Maar dat durf ik niet. Ik denk dat daar geen ruimte voor is. Ze weten dat ik homo ben, maar ze gaan ervan uit dat ik daar niks van laat merken. Dat vind ik best lastig. En eigenlijk ben ik er zelf ook nog niet zo uit. Misschien is het beter om er geen aandacht aan te besteden. Maar aan de andere kant vind ik het gewoon leuk om het erover te hebben, zonder dat er allerlei rare gedachten bij komen. Of kan dat niet...?'

‘Hoe ik over de toekomst denk? Ik denk dat ik alleen blijf. Dat is gewoon nog mijn visie op grond van de Bijbel. Ik denk dat God niet wil dat ik een relatie met een man aanga. Maar ik weet dat er een heleboel andere visies zijn en dat is best lastig. Het zal best moeilijk zijn om alleen te blijven. Ik kan soms erg verlangen naar die ene persoon die er helemaal voor jou is. Dan doet het me verdriet als ik eraan denk dat ik die definitief zal moeten missen. Maar als je veel mensen om je heen hebt, denk ik dat het iets beter vol te houden is. Ik hoop het maar.'

Schrijver: Herman van Wijngaarden
Bron: Spirit jaargang 22, nummer 4

 

 

 

|