| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
‘Moslimjongeren - ik heb er niks mee. Ik kom ze niet tegen in mijn wereldje. En daar heb ik ook weinig behoefte aan.' Herken jij je in die woorden? Dan ben je in het goede gezelschap van duizenden christenjongeren en is hier een uitdaging voor je: vier sterke redenen om toch eens stil te staan bij je leeftijdsgenoten die moslim zijn!
Maar eerst dit: is het echt wel waar dat je niets hebt met moslims om je heen? Als je eens even goed nagaat, kun je vast wel een paar ervaringen opsommen:
- Je broer maakt wel eens een praatje met de jongens van de shoarmatent.
- Het zusje van je vriend was een tijdje dik bevriend met een Marokkaanse jongen. Tot grote bezorgdheid van haar ouders.
- Bij jou in de opleiding zit een Iraans meisje. In de pauzes trekt ze zich terug in haar eigen groepje.
- Je vriendin fietst altijd een stukje om, zodat ze niet door die wijk hoeft waar allochtone jongens op straat hangen.
- Bij je neef in de kerk is een jongen tijdens zijn studie moslim geworden.
Geen wonder ook dat iedereen wel iets kan vertellen over moslimjongeren. Eén op de zes jongeren in Nederland is allochtoon. In de grote steden is dat zelfs méér dan de helft! Bedenk wel dat niet alle allochtonen moslim zijn, maar: ruim de helft is dat wél. Hun herkomstlanden zijn allereerst Turkije en Marokko. Een verder Iran, Irak, Afghanistan, Somalië en Suriname. Maar het overgrote deel behoort tot de ‘tweede generatie allochtonen' en is natuurlijk gewoon hier geboren en getogen!
Kruip in de huid van...
De eerste reden waarom je eens met andere ogen zou moeten kijken naar de migrantenjongeren uit je omgeving: kruip maar eens in hun huid. Probeer je eens voor te stellen hoe dat zou zijn...
Je ouders konden niet eens lezen en schrijven toen ze dertig jaar geleden van een klein Nederlands boerendorpje emigreerden naar het overweldigende Casablanca. Je vader was daar welkom om in de fabriek te werken, maar verder had niemand zich ingespannen om hem op te nemen in de Marokkaanse maatschappij (inmiddels zit hij al twaalf jaar arbeidsongeschikt thuis). Jijzelf voelt je ook geen Marokkaan, maar Nederland is evengoed een vreemd land voor je. Hoewel je ouders van huis uit geen enkel idee hadden van het nut van onderwijs, heb jij met vallen en opstaan een beroepsopleiding kunnen afronden. Omdat jij hebt leren nadenken, kijk je eigenlijk neer op de dorpse cultuur en het traditionele christelijke geloof van je ouders. Je ouders kunnen jou omgekeerd ook niet goed meer volgen. Ze zijn bang dat je te Marokkaans wordt, trouwt met een Marokkaan en misschien zelfs moslim wordt. Daar is natuurlijk geen sprake van, want jij voelt je voortdurend uitgespuugd door de Marokkanen die ‘jullie Hollanders' wantrouwen. Elke dag moet je je verantwoorden voor het staatsterrorisme dat de christelijke landen in de moslimwereld plegen. Ondanks je opleiding krijg je nergens een baan. Je bent te wit.
Reden één om stil te staan bij je allochtone leeftijdsgenoten: ze zijn op zoek naar eerlijke kansen en aanvaarding door deze samenleving die ook hún thuis is.
Meer overeenkomsten dan je denkt
Een tweede reden: als je moslims leert kennen, is er vaak een heel stuk herkenning. We hebben als christenen en moslim heel wat gemeenschappelijk, vooral als je het vergelijkt met de vaak lege seculiere cultuur om ons heen. Allebei willen we ons leven laten normeren door Gods geboden. We delen overeenkomstige waarden als respect voor gezag, voor ouders, voor de schepping. Ons leven vindt ritme, richting en visie vanuit een geloofsovertuiging. Het is waar: soms is deze herkenning ver te zoeken, door culturele verschillen of door maatschappelijke problemen. Maar toch: in een land waar godsdienst nauwelijks nog een rol mag spelen, voelt het soms alsof onze moslimnaasten onze verre familieleden zijn.
Een spiegel voorhouden
De derde reden: jonge zelfbewuste moslims dagen ons uit om ons geloof te verantwoorden. Ben jij zo toegewijd in je geloof dat je vijf keer per dag bidt? Dat je ieder jaar een maand lang vast? Zo wordt ons een spiegel voorgehouden. En daar moeten we eerlijk in durven kijken. We kunnen er niet om heen. Jonge moslims stellen vragen die kerkelijke jongeren in verwarring brengen. Ze presenteren de islam als een logische godsdienst, zonder moeilijke begrippen als drie-eenheid en erfzonde. De islam is een praktische godsdienst die duidelijke richtlijnen geeft voor het leven. De islam is optimistisch over de mens: we zijn in staat om volgens Gods regels te leven en hebben dus geen verlosser nodig. Denkend vanuit de onvoorstelbare genade die de Vader van Jezus Christus ons wil geven, klinkt dit allemaal wel erg ‘naar de mens'. Inderdaad is de islam logisch en praktisch. Maar waar is de ruimte voor de paradox, voor het onvoorstelbare, voor de dwaasheid van God die wijzer is dan de wijsheid van mensen? En waar is het besef van de ernst van de zonde, die ons leven en de wereld werkelijk tot op het bot heeft aangetast?
Christelijke jongeren hebben vaak moeite om antwoorden te geven op de vragen van moslims. Moeten we die confrontatie dan maar ontwijken? Dat zou een zwaktebod zijn. Het is juist goed als anderen je dwingen eens stevig na te denken over wat je gelooft en waarom. De belijdenisgeschriften gaven antwoord op de uitdaging van de zestiende eeuwse katholieke kerk. Misschien ligt de uitdaging van vandaag en morgen wel heel ergens anders.
What would Jesus do?
De vierde reden om niet te zeggen dat je ‘niks hebt met moslimjongeren', is de belangrijkste. Dat is het voorbeeld van Jezus onze Heer. Je kon er bij Hem van op aan dat Hij juist die mensen opzocht waar verder niemand iets mee had. Binnensluiten, niet buitensluiten, was Zijn handelsmerk. Vrouwen, allochtonen, kinderen, asocialen, minima en arbeidsongeschikten waren bij Hem aan het goede adres. Niet omdat Hij alles wel best vond, maar omdat Hij juist kwam om het verlorene te zoeken en te redden. En in de bergrede maakt Hij duidelijk dat Hij van ons dezelfde houding verwacht: niet alleen maar groeten wie jou groet, en liefhebben wie jou liefheeft. God geeft je liefde voor mensen waar je niks mee had!
Handen en voeten
Dat is ook de ervaring van veel mensen die missionair werk doen met moslimkinderen, -tieners en -jongeren. Allerlei verschillende dingen gebeuren in het land: clubs, sportactiviteiten, jongerencentra, zomerkampen, gesprekskringen, meidengroepen, huiswerkhulp... Vaak vanuit de plaatselijke kerk, soms in samenwerking met de IZB, Youth for Christ, Athletes in Action of stichting Gave.
En jij? Wat kun je er nou mee als je zegt: ‘Misschien heb ik iets met moslimjongeren!' Denk even mee:
- Misschien kom je op de plek waar je leert, woont of werkt wel leeftijdsgenoten tegen die moslim zijn. Misschien is het niet eens zo moeilijk om contact te maken. En vroeg of laat is vast te merken dat jij christen bent.
- Het kan heel goed zijn dat je in je toekomstige werk te maken krijgt met (jonge) moslimmigranten. Denk aan onderwijs, gezondheidszorg, maatschappelijk werk of politie. Welke rol zal jouw geloof dan spelen?
- Misschien wil je wel meer weten over het soort missionaire projecten dat hierboven werd genoemd. Clubs houden met Turkse jongens of Marokkaanse meiden helpen om perspectief te krijgen in hun leven. Klik eens op de website van www.dewindroosizb.nl en zoek naar Windroos City Mission (WCM).
Moslimjongeren: omheen gaan of mee omgaan? Welke keus maak jij?
Schrijver: Willem van der Deijl (Jongerenwerker bij stichting Evangelie & Moslims)
Bron: Cruciaal jaargang 3, nummer 3
| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
Er zijn nog geen reacties gegeven...