Over een verbazingwekkende ontmoeting met een barmhartige Jezus - Een vrouw stapt op haar fiets en rijdt weg. Vlak achter haar hoort ze iemand schreeuwen. Ze kijkt om en ziet een jongen met een Marokkaans uiterlijk achter haar aanrennen. Des te harder probeert ze weg te komen - totdat het tot haar doordringt wat hij roept: ze heeft haar portemonnee laten vallen en hij heeft hem gevonden.
't Is echt gebeurd. Wat maakt dit voorbeeld aansprekend? De onverwachte vriendelijkheid van die jongen, die ons bepaalt bij ons vooringenomen wantrouwen. Je zou dit het verhaal van de barmhartige Marokkaan kunnen noemen. Want lijkt het niet een beetje op die bekende gelijkenis van Jezus over die Samaritaan? Niet de dominee of de jeugdouderling, maar de hangjongere kwam achter de fiets aanrennen. Jezus vertelt een verhaal dat nogal shockeerde. Hij lijkt erop uit om vooroordelen door te prikken. Mag Hij jou ook uitdagen op dit punt? In Johannes 4 lees je dat Jezus het niet laat bij een boeiende gelijkenis, maar het zelf ook in de praktijk brengt.
Lees nu eerst Johannes 4:1-30.
Samaritanen en moslims
In het bekende verhaal van Jezus' ontmoeting met een Samaritaanse vrouw lezen we dat zowel die vrouw als (later) de discipelen verbaasd zijn. Het is ongehoord dat Jezus praat met een Samaritaanse. En dat Hij praat met een vrouw alleen. ‘Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om', staat er voor de volledigheid bij (vers 9). De vergelijking met onze eigen samenleving is helaas niet vergezocht: Nederlanders gaan niet om met allochtonen. Of nog scherper: christenen gaan niet om met moslims, of anders: zo min mogelijk.
Als je de verhouding van joden en Samaritanen toen vergelijkt met de relatie nu tussen ons en de moslims in ons land, dan zijn er opmerkelijke parallellen. Er waren destijds verschillende oorzaken voor de onderlinge spanningen.
Heeft de gespannen verhouding met onze moslim-medelanders ook niet te maken met zo'n mix van oorzaken? Wie kan nog ontrafelen of het uiteindelijk gaat om godsdienst, cultuur, politiek, of om sociale factoren?
Jezus' verbazingwekkende ontmoeting met de Samaritaanse vrouw wijst ons daarom misschien wel een weg in onze omgang met mensen uit andere godsdiensten of andere culturen. Wat mij enorm aanspreekt in dit persoonlijke gesprek, is dat Jezus ontwapenend kan zijn en tegelijk heel confronterend. Wat is er verder zo opvallend in Jezus' benadering?
Een mens is belangrijker dan een taboe
Terwijl de discipelen brood kopen in de stad, vraagt Jezus aan de vrouw om een beker water (vers 7). Het verschil: volgens de regels van de rabbijnen werd je onrein door water te drinken van Samaritanen. Maar hun brood was onschadelijk, omdat het was gebakken en je daardoor jezelf niet verontreinigde. Jezus doorbreekt dit ‘water'-taboe. Een mens is voor Hem belangrijker dan het commentaar van anderen. Vinden jouw vrienden het raar als jij normaal omgaat met Fatima of met Hussein op je werk of in je opleiding?
Een aanknopingspunt zoeken
In het hele stuk van vers 7 tot 14 draait het om water. Het begint met een eenvoudige vraag: ‘Geef Mij te drinken' (vers 7). Jezus, de Heer die de storm stilt en brood vermenigvuldigt, stelt zich afhankelijk op van deze vrouw. Allereerst gaat het Hem erom vooroordelen te overbruggen en vertrouwen te winnen. Eerst moet er aandacht zijn voor de boodschapper, voordat er aandacht zal zijn voor de boodschap. Jezus maakt de vrouw nieuwsgierig door een aanknopingspunt te zoeken int haar eigen leefwereld. Van een beker water komt het gesprek op levend water en op eeuwig leven.
Je moet vertrouwd zijn met Gods Woord om het zo spontaan te kunnen toepassen in een gesprek. Een illustratie: op een kamp met jonge asielzoekers hoorde ik iemand het evangelie op deze manier uitleggen. Hoe krijg je een paspoort van Gods koninkrijk? Hoe kun je de nationaliteit verkrijgen van het rijk der hemelen? Mensen proberen op allerlei manieren binnen te komen, maar zonder succes. Geen inburgeringstest helpt, geen goed gedrag en geen zielig verhaal. Het is ongelofelijk maar waar: dat paspoort krijg je gratis aangeboden. En juist als je er zelf iets voor wilt doen, dan raak je het kwijt.
Kracht ‘van boven'
Op het punt gekomen dat de Samaritaanse vrouw - in haar onbegrip - uitroept: ‘Heere, geef mij dat water'(vers15), antwoord Jezus: ‘Ga heen, roep uw man, en kom hier.' Wie de oosterse cultuur kent, weet dat een mens nooit op zichzelf staat. Een vrouw kan geen keuzes maken zonder de toestemming van haar man. Vandaag moet je daar nog steeds rekening mee houden. Als je contact hebt met een moslim, dan moet je ook rekenen met zijn of haar familie.
In deze ontmoeting speelt natuurlijk meer mee. Jezus legt op profetische wijze de vinger bij de zere plek. Het probleem in het leven van deze vrouw is in één woord: mannen. Door inbreken van kracht ‘van boven', kan de vrouw niet langer verstoppertje spelen. Het zijn geen theologische argumenten die haar overtuigen, het is een goddelijke openbaring.
In het contact met moslims hoeven we ook niet veel te verwachten van argumenten. Die scheppen vaak meer verwijdering dan toenadering. Een ontmoeting van hart tot hart, niet een ontmoeting van hoofd tot hoofd, is nodig. Moslims die Jezus als de levende Heer hebben leren kennen, kunnen vaak getuigen van goddelijk ingrijpen in hun leven, bijvoorbeeld door genezing of door een droom.
Jezus ziet mensen, niet culturen
Terwijl de vrouw het gesprek onpersoonlijk probeert te houden en zich verschuilt achter religie, prikt Jezus daar doorheen. Hij weigert de ontmoeting te laten verzanden in de tegenstelling joods - Samaritaans. Niet de plaats van aanbidding is van belang (Gerizim of Jeruzalem), maar het hart van de mens (vers 20-24). De redding komt wel van de joden (het komt dus niet allemaal op hetzelfde neer!), maar godsdienst is geen menselijke zaak. Jezus draait het om: God zoekt mensen (vers 23). In Jeruzalem, maar ook in Samaria en de hele wereld.
Heb geduld
Uiteindelijk spreek Jezus het hoge woord: ‘Ik ben de Messias' (vers 26). Dat waren dus niet Zijn openingswoorden! Hij geeft Zijn geheim pas prijs als daar openheid voor is. Bij de Emmaüsgangers gebeurde dat ook pas aan het eind van de ontmoeting. En Petrus had er drie jaar voor nodig om te ontdekken wie Jezus was. Spreek dus ook niet met je moslim-vriend over Jezus als Zoon van God, totdat hij daaraan toe is.
Getuigen bij de Samaritanen
Het was geen toevallige ontmoeting, daar in Samaria. Jezus omschrijft wat Hij doet als de wil doen van Hem die Mij gezonden heeft (vers 34). Later draagt Jezus Zijn discipelen nadrukkelijk op om Zijn getuige te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde (Hand.1:8). Sommigen van ons gaan naar de uiteinden van de aarde. Voor de overigen: sta eens stil bij de Samaritanen van vandaag. Ze zijn niet ver weg.
Schrijver: Willem van der Deijl (Stichting Evangelie & Moslims)
Bron: Cruciaal jaargang 3, nummer 8