Geloofsgroei

Ik moet... niets

Moeten. Voor de gein heb ik vandaag eens geturfd hoe vaak ik het woord gebruik. Zevenendertig keer... Ik moet nog even die-en-die bellen. Nee, ik kan vanavond niet bij je komen, want ik moet nog een artikel schrijven. Ik moet eigenlijk nog stille tijd houden, maar ik ben zo moe. Ik moet...

Ik moet zoveel in m'n leven. En voor m'n gevoel moet ik vooral zoveel in het Koninkrijk van God. Toen ik zeventien was, werd ik leidster bij de zondagsschool. Waarom? Omdat het moest. Mijn moeder en vier broers en zussen hadden het ook gedaan, dus hoorde ik dat ook gewoon te doen. Pas na vier jaar ontdekte ik dat ik het helemaal niet leuk vond en ook niet kon, en ben ik ermee gestopt.
Op m'n eenentwintigste ging ik Dabar doen (campingevangelisatie). Want wilde je je image van positief-bewust-en-radicaal christen hoog houden, dan moest je toch wel ‘iets aan evangelisatie doen'. Dacht ik. En: ‘Ja, ik heb daar-en-daar Dabar gedaan, heftig joh!', klinkt wel heel goed op een verjaardag.
En het grootste en elke dag weer terugkerende moeten is natuurlijk stille tijd. Tjonge, wat moet ik dat! Ik ervaar dat met name zo omdat het me vaak niet lukt, of niet goed genoeg lukt. Moeten en falen zijn hierbij twee handen op één buik.

Krampachtig
En als ik eerlijk ben... niet alleen bij het houden van stille tijd. Zo vaak ben ik teleurgesteld in mezelf. Ik moet iets vrooms doen, maar (b)lijk het niet te kunnen. M'n leven als christen is soms zo krampachtig... Kom ik wel m'n plichten na? Want anders... Anders schiet m'n relatie met God tekort.
Na dat turven waar ik het net over had, kwam er een vraag bij me naar boven. Volgens mij een heel belangrijke vraag: van wie moet ik eigenlijk? Wie legt me al dat zogenaamde ‘geijver voor het Koninkrijk van God' op?
Laat ik het houden bij de voorbeelden die ik al noemde. Zondagsschooljuf werd ik uit sociale druk. Omdat anderen vonden dat dat zulk vroom werk was, hoewel het helemaal niet bij me paste. En omdat ik zo dom was me te laten leiden puur door wat anderen van me zouden denken. De drang tot evangelisatie kwam vanuit mezelf. Ik moest presteren als christen. Ik moest erbij horen. Ik wilde mezelf (onbewust) op een voetstuk zetten.
Oké, veel onzuivere motivatie dus, maar wat betreft stille tijd ligt dat toch zeker wel anders? Dat moet toch echt van God? Nee, volgens mij niet. Volgens mij MOET dat van de duivel. Want doordat het woordje ‘moeten' verbonden raakt aan wat de mooiste tijd met God zou kunnen zijn, is het per definitie niet meer mooi. En daar geniet vooral de duivel van.

Plicht
Moet ik dan helemaal niets van God...? Ik hoorde een keer een verhaaltje, juist in z'n ontzettende simpelheid zo ontzettend duidelijk. Bram heeft een gesprek met een goede vriend, Koen. Ze zijn allebei getrouwd en bomen eens open over hun relatie. Bram is niet tevreden. ‘Ik weet het niet, maar de lol is er wat vanaf. Ik MOET steeds maar van alles van m'n vrouw.' Koen vraagt door: ‘Wat dan?' Bram: ‘Ik moet d'r kussen als ik wegga, ik moet haar heerlijke maaltijden opeten, ik moet samen met haar uit...' Koen, verbaasd: ‘Maar hou je dan niet meer van haar?' Bram: ‘Eh, ja natuurlijk! Ik ben gek op d'r.' Koen: ‘Waarom is het dan vervelend om met je geliefde te kussen, te eten, uit te gaan...?'
Om kort te gaan: Bram wordt zich bewust dat hij zijn liefde als plicht is gaan zien. Maar doordat hij de onderlinge liefde tussen zijn vrouw en hem weer gaat zien, verdwijnt het plichtsgevoel. Relatie weer op de top, happy end.



Schrappen

Je voelt ‘m wel. Wanneer ga ik me nou eens realiseren dat het in het christelijk geloof niet gaat om plichtsbetrachting, maar om een liefdevolle relatie met God?! Als ik er echt bij stilsta dat ik van mijn God houd, maar vooral: hoe onwijs veel God van mij houdt, verdwijnt al het moeten als sneeuw voor de zon.
Maar dat wil er zo moeilijk in. De druk van m'n omgeving, mezelf en de duivel is zo groot! Pas door een periode van ziekte werd bij mij het moeten er (in elk geval voor een poos) uit gestampt. Het duurde even voor ik eraan wilde, want ook al kon ik niets meer, ik moest nog van alles. Ik was tenslotte onmisbaar... Maar op een gegeven moment word je gedwongen om na te denken: wat moet ik nu werkelijk? En tot m'n stomme verbazing kon ik het één na het ander van m'n lijstje schrappen. Eigenlijk moest ik helemaal niets. He-le-maal niets. Behalve rusten, rusten bij God. Nooit heb ik m'n stille tijd harder nodig gehad dan toen. Om al m'n ‘moetjes' los te laten bij God. Om net als Petrus na verloochening en activistisch vissenvangen, te komen tot de kern van mijn leven met God. Namelijk de vraag van Jezus: ‘Heb je me lief?' Pas na geworsteld te hebben met het antwoord op die vraag, kon ik - net als Petrus - echt Jezus dienen.
Natuurlijk komt het moeten nog regelmatig naar boven drijven. Blijkbaar zit dat in me. Maar gelukkig weet ik er beter mee om te gaan. Ik bid: ‘God, ik moet weer zoveel, wilt U me helpen?' En zodra ik Hem betrokken heb bij mijn moeten, ga ik alles anders zien. Heel simpel: ‘Arine, God houdt van jou en jij van Hem. Voor Hem hoef je niet te presteren, dus doe het ook maar niet voor jezelf.' Dan valt de kramp weg, en gaan de dingen meer ‘vanzelf'.

Ont-moeten
Van God moet ik dus helemaal niets. Ik geloof echt dat God liever wil dat ik helemaal niet evangeliseer of geen stille tijd houd als ik dat puur uit een moeten doe. Niet dat het God allemaal niets uitmaakt wat ik al of niet voor Hem doe. Maar het liefste en enige wat er voor God echt toe doet, is dat ik Zijn liefde beantwoord. En van daaruit liefde heb voor de gemeente en actief ben. En van daaruit Zijn liefde gul uit wil delen aan mensen om me heen. En van daaruit ook geniet van de intieme momenten, pratend met en luisterend naar Hem.
Ik moet niets. Ik mag leren ont-moeten. God, mijn Schepper, Vader en Geliefde ontmoeten, in alles wat ik doe. Dat is de uitdaging voor mijn leven.

Schrijver: Arine Spierenburg-van Wijngaarden
Bron: Cruciaal jaargang 1, nummer 2

|