Geloofsgroei

De reus en Klein Duimpje

Op de lagere school - nu dus basisschool - had ik een meester die geweldig goed bijbelverhalen kon vertellen. Hij vertelde die zo spannend, alsof je er zelf bij was. Je wist dat als David zijn steen wegslingert, Goliath neervalt. Maar die meester vertelde het zo dat je dacht: maar dit jaar blijft Goliath staan. Over Goliath gesproken, van die verhalen van de meester kreeg ik de indruk dat die mensen uit de Bijbel allemaal reuzen waren. Geloofsreuzen die een onvoorstelbaar groot geloof hadden, die alles voor God over hadden en bij wie zonden eigenlijk nauwelijks voorkwamen. Noach, Abraham, Sarah, Ruth, Paulus en Lydia, het waren allemaal reuzen. En ik was dus Klein Duimpje. Mijn geloof was maar matig en zulke grote daden voor God verrichten, dat zou mij dus nooit lukken. Toen ik later wat beter in de Bijbel ging lezen, viel het met die reuzen nog wel mee. Sommigen vielen eigenlijk zelfs wel wat tegen. En toen zag ik: het zijn allemaal Klein Duimpjes. Net als ik en de christenen om mij heen. Die christenen die ik soms ken en die vinden dat hun geloof niet zo reus-achtig is. Het is zo gewoon.

Mijn vraag is: hoe komt het toch dat veel christenen zich zo gewoon voelen? Misschien is juist dit wel een vorm van werelds denken in de kerk. Werelds, zoals er maar een paar topspelers zijn en de rest is amateur. Er zijn een paar artiesten en de rest is publiek. Er is maar een kleine groep die het ‘gemaakt' heeft en de rest is van de ‘huis-tuin-keuken'-categorie. En dan kan in de Bijbel nog zo vaak staan dat het als het om kerk en geloof gaat anders is, de cultuur waarin wij dagelijks staan, zegt dat het op presteren aankomt en brengt ons geloof van slag en bezorgt ons de rare gedachte dat er een paar reuze-gelovigen zijn en dat de meerderheid maar gewoon is.

Eerlijk lezen
Het is tijd dat wij de Bijbel beter en vooral wat eerlijker gaan lezen. Ik denk namelijk dat we tegen de gelovigen uit de Bijbel opzien omdat we ze niet zo goed kennen. Ze staan natuurlijk wat de tijd aangaat ook ver van ons af. Maar veronderstel dat je nu een paar weken lang dag en nacht met Abraham en Sara op zou trekken. Veronderstel dat je een jaar lang hoorde bij de vrouwen die Jezus volgden, bij de Maria's en bij de andere vrouwen. Zou je dan ook niet tegen dingen aanlopen die tegenvallen? Zou dan niet blijken dat deze mensen ook maar heel gewoon waren? Mensen met zonden en twijfels, mensen die bij nader inzien toch wel wat tegenvallen. Gekibbel tussen Abraham en Sara, jaloezie onder de vrouwen rondom Jezus. Zou Paulus nooit eens gewoon zat zijn geweest van al dat gedoe in die gemeenten?
De Bijbel is eerlijk en vertelt daar ook wel van alles over, maar te vaak blijven alleen de geloofsdaden bij ons in gedachten achter. Ik denk in dit verband wel eens aan de koningin. Als wij haar zien, is ze altijd op haar mooist. Maar hoe ziet zij eruit als ze net wakker wordt? En ze zal met haar kinderen geen discussies hoeven te voeren over wie er afwast en over de boodschappen, maar er zal tussen hen toch ook wel eens een woordje vallen?
Trouwens, over de koningin gesproken, wat doen die gelovigen uit de Bijbel eigenlijk voor dagelijks werk? De meeste werden geen profeet, priester of koning. De meeste werden geen predikanten of zendeling. De meeste bleven hun gewone werk doen en waren christen in dat gewone, alledaagse werk.



Glorie

Als we de mannen en vrouwen in de Bijbel bekijken, dan komt wel de vraag op waarom God nu voor zulk belangrijk werk zulke mensen uitkiest. Hoe komt Hij er nu toe om mensen uit te kiezen waarvan iedereen denkt: wat moet je daar nu mee? Het antwoord is niet zo heel moeilijk en bestaat uit twee delen: Gods glorie en Gods genade. De glorie van God wordt juist dan groot als blijkt dat Zijn werk van heil en verlossing tot stand komt via gewone en veelal gebrekkige mensen.
Als Mozes door de HEERE geroepen wordt het volk Israël te verlossen, roept God een man met een strafblad. Mozes heeft een Egyptenaar doodgeslagen en hem daarna snel begraven (Ex. 2:12). Moet zo iemand het volk van de HEERE leiden? Ook daarna gaat het nog dusdanig mis met Mozes, dat hij niet eens mee het beloofde land in mag. Maar de glorie van God schijnt des te duidelijker, want niemand zal het in zijn of haar hoofd halen om te denken dat het aan Mozes te danken is dat ze bevrijd zijn en in het land Kanaän gekomen zijn. God komt de eer toe. Hij alleen.

Genade
Het tweede deel van het antwoord op de vraag waarom God gewone mensen uitkiest, is de genade van God. Wat is God genadig dat Hij zulke mensen nog wil gebruiken. Mensen die rijp zijn voor ontslag of die geen enkele kans maken aangenomen te worden, worden door Hem ingeschakeld bij het allerbelangrijkste werk van Zijn kerk en koninkrijk. Dat hele rijtje van Noach tot Petrus, van Rachab tot Maria, kan niets anders zeggen dan dat het de onverdiende genade van God is geweest dat Hij hen geroepen en gebruikt heeft.
God kan gebrekkige mensen goed gebruiken. Dat zeg ik niet als een excuus om die gebrekkigheid maar in stand te houden en zo mogelijk te vergroten. Dat zeg ik wel om duidelijk te maken dat God niet het beste van het beste uitzoekt en dat je dus niet eerst een reuze-christen moet worden voordat God je kan gebruiken. Gewone gelovigen, gebrekkige christenen heeft Hij nodig, want dan schittert Zijn glorie en Zijn genade.
Zijn Naam moet groot worden en dat is mijn geluk, want daarom kan Hij mij zo goed gebruiken. Dus ieder die meent slechts zo gewoon, zo'n Klein Duimpje te zijn, kan van vreugde een gat in de lucht springen. Als je namelijk een tijdje eerder geleefd had, had je vast in de Bijbel gestaan

Christus
En kijk ook eens naar het leven van Jezus. Voor velen was Hij veel te gewoon. Zijn boodschap was te eenvoudig om waar te kunnen zijn. Zijn uiterlijk was te alledaags om een bijzondere persoonlijkheid te kunnen zijn. En verder ging Hij met mensen om met wie je in veel gevallen liever niet in het openbaar gezien wordt. En als Hij het hoogtepunt van Zijn taak bereikt, betekent dat de vernederende dood aan het kruis. Dan is Hij zelf ook iemand voor wie men het gelaat afwendt (Jes. 53.). Dan is Hij niet meer om aan te zien. Voor velen kon de conclusie dan ook geen andere zijn dan dat Hij de beloofde Messias gewoon niet kon zijn.
Maar voor die mensen die hoorden bij de groep die maatschappelijk niet bovenaan staat, was dit juist het mooie van Jezus. Hij was in Zijn doen en laten zo gewoon, dat je je bij Hem op je gemak voelde. Zijn uiterlijk, Zijn kleding, Zijn boodschap schrikt niet af, maar nodigt juist uit. Het zal mede daarom zijn dat Paulus in 1 Korinthe 1:26 over de geroepen gelovigen zegt dat zij ‘niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken' zijn.

Gewoon zijn, alledaags zijn: het is geen voorwaarde om bij Christus te horen. Zo ligt dat niet. Maar voor hen die gewoon en alledaags zijn, bestaan er in zekere zin minder hindernissen op de weg naar Christus. Je hoeft je voor Hem niet speciaal te kleden. Je hoeft om bij Hem te horen niet eerst een opleiding te volgen. Je hoeft om met Paulus te spreken niet wijs, invloedrijk of aanzienlijk te zijn. Hij heeft Zich namelijk bij ons aangepast.
God is de God van gewone mensen. Gewone mensen die vanwege hun zonde en schuld voor God door Hem gered en gerechtvaardigd moeten worden. Gewone mensen echter die ondanks hun zonden en ondanks hun gewoon zijn (of misschien wel dankzij hun gewoon zijn), door God ingeschakeld kunnen worden. Daarom: geloof maar gewoon, dan doe je al gelovig genoeg.

Schrijver: Prof. dr. Herman Selderhuis
Bron: Cruciaal jaargang 1, nummer 2

(mede n.a.v. Selderhuis' boekje ‘Morgen doe ik het beter' - gids voor gewone christenen, Uitgeverij De Vuurbaak, Barneveld - 2002)

|