| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
Korte test. Wat is een speelgoedcafé? Is dat (a) een café voor kinderen (b) een speel-o-theek (c) een kinderclub of (d) geen van allen? Het juiste antwoord is... (d): geen van alle. Maar wat is een speelgoedcafé dan wel? Judith de Waal en Ronny van Renswoude van de hervormde gemeente Westbroek leggen het uit.
'De term 'speelgoedcafé' kan je gemakkelijk op het verkeerde been zetten', begint Judith. 'Toen ik er voor het eerst van hoorde, dacht ik aan een soort uitleenwinkel voor speelgoed. Maar een speelgoedcafé is iets totaal anders. Het is vooral een fijne, veilige plek voor ontmoeting met kinderen.' Ronny: 'Die ontmoeting staat centraal. Een inhoudelijk programma voor het speelgoedcafé komt op de tweede plaats.'
Kindgericht
In Westbroek wordt elk jaar een Vakantie Bijbel Week (VBW) gehouden in een tent. De VBW is er echter alleen in de zomervakantie. 'Graag wil je er een vervolg aan geven, maar de kinderen die naar de VBW komen, vinden niet altijd aansluiting bij een kerkelijke kinderclub of de zondagsschool. Daarom zijn we gestart met het speelgoedcafé', zegt Judith. Het speelgoedcafé - dat in Westbroek 'Crosspoint' heet - is niet gericht op het afdraaien van een programma, maar op het kind zelf. Het gaat daarbij vooral om het opbouwen van relaties met de veelal niet-christelijke kinderen.
Ronny: 'Toen we zelf nadachten over een vervolg op de VBW, hebben we contact gezocht met Lucré van Putten. Ons uitgangspunt ('kindgericht' in plaats van 'programmagericht') paste helemaal bij het concept van het speelgoedcafé.'
Lucré verzorgde een cursus 'missionair kinderwerk' in Westbroek en enthousiast gingen enkele gemeenteleden aan de slag om het speelgoedcafé op poten te zetten. Daarbij werd uitgegaan van de verwachtingen en behoeften van het niet-christelijke kind. 'De drempels om deel te nemen aan het speelgoedcafé moesten zo laag mogelijk zijn. Daarom houden we het niet in een kerkelijk gebouw, maar in een omgebouwde bus die we elke keer midden in de wijk neerzetten', vertelt Ronny.
Bus
De aanschaf van de bus en deze geschikt maken voor het speelgoedcafé had nogal wat voeten in de aarde. 'We zijn een keer naar Friesland geweest om te kijken naar een oude SRV-wagen, maar die was echt te oud. Uiteindelijk werd het een stadsbus: stoelen eruit, tafels en banken, toilet en keukentje erin. De bus staat bij iemand in de wijk geparkeerd en hoeft voor gebruik maar 500 meter verreden te worden. Omdat de bus geen kenteken meer heeft, mag iedereen met een trekkerrijbewijs de bus verplaatsen. Uiteraard hebben we wel vergunningen moeten regelen om ermee in de wijk te staan.'
De plaats waar het speelgoedcafé zich afspeelt, is bepalend voor het aantal kinderen dat komt. Judith: 'Bij mooi weer doen we het hele programma buiten voor de bus. We merken dat er dan veel meer kinderen meedoen. Ze zien ons bezig en kunnen zo aanhaken, zonder de bus in te hoeven stappen. Blijkbaar is dat voor sommigen toch nog te eng.'
Houding
Omdat het kind centraal staat en niet een vast programma, biedt het speelgoedcafé veel variatie. 'Niet altijd is er een bijbelverhaal of een knutselwerkje. Soms vervallen er programmaonderdelen, omdat we gezellig aan het kletsen zijn', vertelt Judith. Crosspoint wordt gehouden op donderdagmiddag, direct na schooltijd. 'We zijn geen naschoolse opvang', haast Ronny zich te zeggen. 'Want we maken altijd duidelijk dat kinderen kunnen komen en gaan wanneer ze willen. Dat is ook het karakter van een speelgoedcafé.' In de praktijk blijkt, dat de meeste kinderen de hele middag blijven. Judith: 'We beginnen met een uur inloop, waardoor de kinderen even op adem kunnen komen na een lange schooldag. De één wil z'n verhaal kwijt, de ander gaat ballen of kleuren. Bewust gaan we als leiding tussen de kinderen zitten, zodat we ze meer aandacht kunnen geven. Na de inloop doen we elke keer iets anders rond een thema als bijvoorbeeld 'feest', 'koning' of 'muziek'. Soms een bijbelverhaal, soms alleen knutselen, een spel of bijvoorbeeld een speurtocht door de wijk. Bewust hebben we ervoor gekozen om niet te beginnen en te eindigen met gebed en om niet altijd een bijbelvertelling te doen. Het speelgoedcafé is 'van de kerk', dat weten de kinderen en daar draaien we ook niet omheen. Maar we willen vooral door onze houding, door wie we zijn, iets van het Evangelie doorgeven.'
Een eigen kerk
Ronny: ‘Soms vragen gemeenteleden: wanneer zien we die kinderen van het Speelgoedcafé nu in de kerk? Ik vind dat je dat niet kunt verwachten van deze kinderen. Als hun ouders al niet gaan, zullen zij dan wel gaan? Voor deze kinderen is het speelgoedcafé hun 'kerk'. Daar laten we iets van het Evangelie zien. En ondertussen heb je heel wat gesprekjes. We vertelden de geschiedenis van de twee vrouwen die bij Salomo kwamen vanwege een gestorven kind. Daarop vertelde een meisje over de miskraam die haar moeder had. Een ander vertelde over een overleden nichtje. Op zulke momenten besef je, dat het opgebouwde vertrouwen ontzettend belangrijk is om werkelijk contact met deze kinderen te kunnen hebben.'
Hoewel de ouders niet de doelgroep zijn, weten ook zij die ontspannen sfeer te waarderen. Als ze hun kinderen komen ophalen, zijn ze er vaak bewust wat eerder om met andere moeders te kunnen praten. Het geeft aan hoe het speelgoedcafé wordt ervaren. 'Het speelgoedcafé heeft een andere insteek dan bijvoorbeeld een VBW (waar meer het programma centraal staat), maar VBW en Speelgoedcafé vullen elkaar prachtig aan. De bus gebruiken we ook tijdens de VBW-dagen en we zien daar veel bekende gezichten van het speelgoedcafé terug.'
Je kunt je natuurlijk afvragen of een gewone 'kinderclub voor buitenkerkelijke kinderen' ook een optie had kunnen zijn. Ronny: 'Wij kozen voor het speelgoedcafé-concept vanwege de lage drempel om te komen. Via onder meer een huis-aan-huis folder attenderen wij de wijkbewoners elk jaar op het Speelgoedcafé. De eerste keer vermeldden we op welke middag er een bijbelverhaal aan de orde zou komen. We hadden echter de indruk dat er op die momenten minder kinderen kwamen. Daarom vermelden we dat niet meer in de folder. Blijkbaar schrikt dat af. We richten ons in eerste instantie op de relatie, op het kind, op de ontmoeting in de wijk en proberen op een natuurlijke wijze ons christen-zijn in te brengen. Dat is de basis. Kinderen moeten er later van kunnen zeggen: ‘Het ging over God, over Jezus en het was er heel gezellig.' Als we dat al kunnen bereiken, zijn we een heel eind.'
Rufo Petri
Bron: Windstreken
| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
Er zijn nog geen reacties gegeven...