Kansen creëren en pakken

Verschenen in Dichtbij 17.4, mei 2009

Eens brachten de moeders hun kinderen tot Jezus… En dat willen ouders nog steeds: met hun kind aan de hand richting de Heere God. Maar… wat als je kinderen tieners worden en niet meer bij de hand genomen willen worden? Kun je dan nog het geloof overdragen of moet je je tiener helemaal loslaten? Els Tan uit Zwolle, moeder van drie tieners, vertelt over haar ervaringen.

Het moest anders, blijkbaar
‘Het was voor Geoffrey, mijn man, en mij heel duidelijk dat het bidden, bijbellezen en zo heel anders werd toen onze kinderen tiener werden. Best teleurstellend. Het moest anders, blijkbaar. De oudste twee gaven op een gegeven moment zelf aan dat ze niet meer samen met ons wilden bijbellezen, maar zelf stille tijd wilden houden. We wisten wel dat ze het echt zouden proberen, maar toch was er de huiver: zouden ze het wel volhouden? En ik vond het jammer dat de dagelijkse gelegenheid om samen te bidden en door te praten over een bijbelgedeelte er niet meer was. Ik kon m’n kinderen niet meer sturen in het bezig zijn met het geloof, het moest vanzelf komen. Niet meer de regelmaat, maar de gelegenheid voor een goed gesprek te baat nemen als die zich spontaan voordoet.’

Gospelclip op YouTube
‘Als ze niet in de stemming zijn, moeten we bijvoorbeeld niet willen doorpraten over de preek. En soms is het juist andersom: dan hebben wij eigenlijk geen tijd, maar willen zij praten. Dan moeten we onze eigen dingen opzij zetten en er voor hen zijn. Dat is soms best lastig. Maar ik ben wel heel blij dat ze bij ons komen met hun geloofsvragen. Het zijn vaak de bekende waarom-vragen. “Waarom moest de vader van m’n vriendin overlijden? Waarom moeten we twee keer naar de kerk?” Maar ook: “Wanneer mag ik belijdenis doen?” en: “Moet u eens even luisteren naar dit lied.” En dan loop ik even mee om op YouTube een clip te zien van een gospellied dat hen aanspreekt.’

Geloven geen verplicht nummer
‘We proberen de mogelijkheden ook wel zelf te creëren. Door vragen te stellen: “Hé, hoe was het in de stad? Waar ging het over bij catechisatie?” Maar dat doe ik alleen als ik merk dat ze er open voor staan. Anders reageren ze van: “O, daar heb je háár weer!” Verder bidden we nu wel uitgebreider aan tafel, zodat er toch een moment is waarop je samen bij God komt. En dat gebeurt soms ook spontaan. Als ze met iets zitten, zeg ik: “Dit probleem is zo groot, zullen we ermee naar de Here God gaan?” En dan willen ze wel.'

‘Zo wil ik open staan voor hun dingen en ook getuigen van mijn geloof. Als we in de auto een cd'tje aan hebben staan en ik vind een lied mooi, zeg ik dat ook. Of als ik een mooi vogelnest bij ons in de conifeer zie: “Wat mooi, hè, dat God het zo maakt!” Ik wil laten merken dat geloven geen verplicht nummer voor me is, maar mijn hele leven raakt. Ze proeven haarfijn of je het meent en of het echt is. Pas dan komt het ook over.’

Aanleidingen bieden tot gesprek
‘Met Pasen had ik bijvoorbeeld op de ontbijttafel bij elk bord een papieren kruisje gelegd met een mooie tekst erop. En ik had het boek Hij was een van ons met tekeningen van Rien Poortvliet opengelegd. Dat kan een aanleiding bieden om door te praten. Gebeurt ’t niet, dan gebeurt ’t niet. Maar de mogelijkheid is er in elk geval. En de Mattheus Passion zetten we juist niet op als de kinderen thuis zijn, dat vinden ze verschrikkelijke muziek. Het moet wel bij hun beleving passen. Dus met Kerst geen adventskalender, maar een Visje-kaart op de spiegel.’

‘Ik bid iedere dag: “Here, gebruik me in m’n gezin.” Soms vraag ik me af wat ervan terecht komt… Maar in elk geval kan ik hen in m’n gebed zegenen: het goede van God over hun leven uitspreken. En dan kan ik het ook ontspannen en gemeend tegen hen zeggen: “Jòh, God houdt van je!”’

Door: Arine Spierenburg.
Eerder gepubliceerd in: Dichtbij - voor christenen met hart voor jongeren. Nummer 17.4, mei 2009.
Overname van (delen van) dit artikel is toegestaan, mits met bronvermelding.

|
mail dit artikelprint deze pagina