| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
‘Mam, waar liggen mijn sportsokken?’ ‘Pa, het regent onwijs, wil je me even naar voetbal brengen?’ ‘Wie heeft mijn mobiel gezien?’ Vragen die op je afgevuurd worden door de pubers in huis. Ze zijn lekker duidelijk en worden door je tiener spontaan gesteld. En vaak lukt het je als ouder wel om daar een antwoord op te geven.
Maar de ‘echte’ vragen stellen tieners niet zo makkelijk: vragen over het leven, over geloven in God, wie je bent en mag zijn. Laat staan dat je daar een antwoord op weet…..
Hun vragen, onze antwoorden
Tieners zitten zo vol met vragen, dat ze denken erin te stikken. En wij als opvoeders doen onze uiterste best om antwoorden te geven. Maar die willen ze niet. Het zijn tenslotte niet hún antwoorden. Bovendien zijn het vaak antwoorden op vragen die de tieners zelf niet eens stelden.
Als je beseft dat dé vraag voor tieners is: ‘Wie ben ik?’, snap je dat jouw antwoorden daar niet bij helpen. Je moet tieners begeleiden bij het zélf een antwoord zoeken op deze vraag. Dit geldt ook voor geloofsvragen. Veel van onze geloofsantwoorden treffen geen doel omdat ze niet aansluiten bij de existentiële vragen van tieners.
Van wat naar waarom
Ook de tijd waarin we leven vraagt om een specifieke benadering. Het gaat tegenwoordig niet meer om ‘Wat geloof je?’, maar om ‘Waarom geloof je?’. Het vroeger vanzelfsprekende ‘Zo ben ik opgevoed’ is te mager en houdt geen stand. Onze tieners hebben behoefte aan apologetische pedagogiek; een opvoedingsstijl die getypeerd wordt door 1 Petrus 3:15: ‘…wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap afeist van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en eerbied.’ Als opvoeder mag je uitleggen waarom je gelooft, in plaats van een pakketje geloofswaarheden door te geven.
Geloofsvragen van tieners
Vanuit het onderzoek ‘Jongeren en geloof’ (onder zo’n 750 HGJB’ers van 11-25 jaar) ontdekken we dat de geloofsvragen van tieners heel basaal zijn. De vraag ‘Hoe vind ik genade bij God?’ wordt voorafgegaan en soms zelfs vervangen door de vraag ‘Is er wel een God?’ De meest gestelde vragen door tieners zijn (tabel 1*):
Dit zijn niet echt de thema’s waar wij met onze tieners regelmatig over praten, laat staan dat we ze helpen hierop zelf een antwoord te vinden. Opvallend is dat, als tieners ouder worden, de vraag naar een getuigende levensstijl toeneemt en de vraag naar het kindschap van God fors afneemt. Hoe ouder jongeren worden, hoe meer hun geloof verdiept (tabel 2*). Mooi dat ze groeien in geloof, maar dat geeft ons ook verantwoordelijkheid. Want op welke manier helpen wij onze tieners hierbij?
Verder is het bemoedigend dat veel tieners hun ouders zien als een geloofsvoorbeeld (tabel 3*). Het godsbeeld van tieners kan getypeerd worden met begrippen als ‘liefdevol, betrouwbaar en Vader’ dus sterk relationeel (tabel 4*). God is dichtbij. Tegelijk kan het de vraag oproepen of God niet té persoonlijk is geworden; een soort geluksamulet, die alleen maar lief is.
Valkuilen
Het gesprek over geloofsvragen is niet eenvoudig. Mogelijke valkuilen voor de geloofscommunicatie:
Jezelf als norm nemen
Sommige opvoeders maken zich zorgen over bijvoorbeeld het gemak waarmee tieners God als hun Vader zien. Gaan ze niet te makkelijk voorbij aan de gebrokenheid van de mens? De vraag is alleen of het eerlijk is om tieners te belemmeren in hun vertrouwen op God, door onze theologische vragen op hen te projecteren. Niet dat wij de heiligheid van God moeten verzwijgen, maar we mogen nooit onze twijfels en ongehoorzaamheid als uitgangspunt nemen voor de geloofsoverdracht aan onze tieners.
Geschokt door twijfel
‘Jongen toch, dat je dat durft te zeggen?!’, een reactie van een moeder op de soms confronterende manier waarop tieners hun twijfels onder woorden brengen. Het is ook schokkend als dat wat ons dierbaar is zo kritisch benaderd wordt. Maar tegelijk kun je dankbaar zijn als je kinderen de twijfels uit het diepst van hun hart met je willen delen. Juist dan ontstaat er openheid om het gesprek aan te gaan.
‘Gaat wel over’
De standaard reactie: ‘O, dat heb ik ook gehad, dat komt wel goed’. Zeker voor tieners is het enorm frustrerend als ze op deze manier niet serieus genomen worden. Ze willen gewoon gezien worden en begrip ervaren voor hun vragen en twijfels. Met een het-gaat-wel-over help je hen niet verder op hun zoektocht…
Teveel vanzelfsprekendheden
Wanneer je als tiener je eigen identiteit aan het vormen bent, kun je natuurlijk niets alles vanzelfsprekend aannemen. En dat is voor ons volwassenen wel eens erg lastig omdat onze vanzelfsprekendheden óns juist rust en structuur bieden in ons hectische bestaan. Wat is het bijvoorbeeld een zegen om één dag in de week ‘niets te hoeven’ en tot rust te kunnen komen. Maar voordat onze tieners deze zegen ook ervaren, zullen ze hier zélf voor moeten kiezen. En dat doen ze door onze vanzelfsprekendheden kritisch te bevragen.
Gemakkelijke onwetendheid
‘Dat moet je maar aan de dominee vragen.’ Met zo’n dooddoener kom je niet meer weg als ouders. Alsof de verantwoordelijkheid voor de geloofsopvoeding niet bij de vaders en moeders ligt. Bovendien: het is echt geen probleem als je eerlijk benoemt dat je iets niet weet. Het maakt je als opvoeder alleen maar echter en geloofwaardiger.
* De tabellen zijn te downloaden via het rechtermenu.
Door: Wout Schonewille.
Eerder gepubliceerd in: Dichtbij - voor christenen met hart voor jongeren. Nummer 18.2, december 2009.
Overname van (delen van) dit artikel is toegestaan, mits met bronvermelding.
| reageer op dit artikel | mail dit artikel | print deze pagina | ||||
| ||||||
Er zijn nog geen reacties gegeven...