Vriendschappen; sturen of laten gaan?

Verschenen in Dichtbij 18.1, september 2009

‘Je hebt iemand nodig’, zei Toon Hermans al. Een echte vriend. Voor kinderen zijn vrienden vooral speel-kameraadjes om leuke dingen mee te doen.

Voor tieners zijn vrienden nog belangrijker: van hun vrienden leren ze hoe je met elkaar omgaat, wat hun rol is in een groep en wie ze zelf zijn. Want vrienden geven steun, zelfvertrouwen en identiteit. Daarom zijn goede vriendschappen zo waardevol. Maar (in hoeverre) heb je daar als ouders iets over te zeggen?


Tanja (7) is al jaren de beste vriendin van Manou. Maar ineens laat Manou Tanja helemaal links liggen. Tanja is niet te troosten; Manou was haar enige vriendin en nu heeft ze niemand. Tanja’s ouders stimuleren haar om met andere meisjes te spelen, maar Tanja durft niet. Ze vragen Manou of ze komt spelen, maar Manou heeft geen zin. Uiteindelijk gaan ze met Manous ouders praten. Maar zij zeggen: ‘Jammer voor Tanja, maar vriendschap is toch niet te sturen?’


Sturen is goed
Vriendschap is een kunst die een kind nog moet leren. Door vriendschap leert het trouw te zijn: ‘Mam, ik wil bij Timo spelen met z’n nieuwe Wii.’ ‘Nee, je had al een afspraak met je beste vriend Jochem.’ Het leert delen met anderen: ‘Geef Maaike ook maar wat van je snoepjes.’ Het vindt herkenning in levensstijl: ‘Hé, bij Job lezen ze ook uit de Bijbel.’ Juist omdat vriendschap zo’n kunst is en omdat het zo belangrijk is voor de sociale vorming van je kind, is het goed om je je er als ouders soms mee te ‘bemoeien’.

Hoever ga je daarin? Dat zal per situatie en per kind verschillen. Misschien sturen Tanja’s ouders wat te veel in die ene vriendschap. Tegelijk schuiven Manous ouders hun verantwoordelijkheid weer te ver af: zij kunnen hun dochter best leren trouw te blijven.


Harold (14) heeft last van de puberteit. Maar dan ook écht last… Hij weet zich met zichzelf geen raad, is onzeker en onberekenbaar. Het valt zijn ouders op dat hij niet meer met zijn oude vrienden omgaat en zijn nieuwe vrienden niet mee naar huis neemt. Via via horen zijn ouders dat de bewuste vrienden nou niet de grootste lieverdjes van school zijn. Wat moeten ze doen?


Verbieden?
Sturen in de vriendschappen van je kids kan goed en nodig zijn. Als je weet dat je dochter bij die ene vriendin de hele middag alleen maar Nickelodeon zit te kijken, kun je je afvragen of dat een gezonde vriendschap is voor haar. Moet je zo’n vriendschap dan domweg verbieden? Bij heel jonge kinderen kun je zelf ingrijpen in de speelafspraakjes. Maar als kinderen ouder zijn werkt verbieden averechts. Je kunt je zoon of dochter van negen wél uitleggen waarom je een bepaalde vriendschap minder prettig vindt. En bij tieners is het het beste om heel open te vragen wat ze zien in die (in jouw ogen verkeerde) vriend(in). Dan kun je er in elk geval over doorpraten.

Vriendschappen stimuleren
Sturen kan ook door goede vriendschappen te stimuleren. Zorg dat je kinderen leeftijdsgenoten ontmoeten op positieve (christelijke) plekken. En investeer dan ook in die vriendschappen. Harolds ouders zouden bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Hé, neem je vrienden eens mee. We slaan cola en chips in en gaan samen een spannende dvd kijken.’ Zo neem je je kind en zijn vriendschappen serieus.

Tips:

  • Toon interesse in de vriend(inn)en van je kinderen. Neem de tijd om hen te leren kennen.
  • Help je kind om zélf om te gaan met moeiten binnen een vriendschap.
  • Houd goed contact met de ouders van vriend(innen).
  • Verbied ‘verkeerde’ vriendschappen niet, maar blijf er wel over in gesprek.
  • Help je kind met het zoeken en maken van nieuwe vrienden.

Door: Arine Spierenburg.
Eerder gepubliceerd in: Dichtbij - voor christenen met hart voor jongeren. Nummer 18.1, september 2009.
Overname van (delen van) dit artikel is toegestaan, mits met bronvermelding.

|
reageer op dit artikelmail dit artikelprint deze pagina

Er zijn nog geen reacties gegeven...