Serie: 'Pastorale zorg voor de jeugd'

Jeugd in de kerkdienst

Heel veel preken gaan over kinderen en jongeren heen, omdat ze niet op hen zijn afgestemd. Kerkverlating onder jongeren zou wel eens mede hierdoor veroorzaakt kunnen worden; niet aangesproken worden, werkt ongeïnteresseerdheid in de hand. Je leert in de kerk om niet te luisteren! Als de preek eenvoudig en praktisch is en aansluit bij de leefwereld van de jeugd hoor je enthousiaste reacties en blijkt er thuis over doorgepraat te worden. Dit is een positief signaal waar we eens over moeten nadenken.

Enkele opmerkingen

  • De jeugd hoort er helemaal bij! Denk aan de doopvraag: '...of gij niet bekent, dat zij in Christus geheiligd zijn, en daarom als lidmaten van Zijn gemeente, behoren gedoopt te wezen'.
  • Het is heel belangrijk kinderen al vroeg te leren om zondags naar de kerk te gaan. Daar komt de gemeente van Christus bijeen. Zij kunnen zo iets beleven van gemeenschap (kudde).
  • Dit vraagt wel heel veel van de predikant, namelijk om zo te preken en te bidden dat kinderen en jongeren dit ook echt kunnen meemaken. In de praktijk blijkt dat dit te weinig echt lukt. De vraag dringt zich op: ‘Hoe komt dit toch?'
  • Ouders kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan het positief beleven van de kerkdienst door thuis samen na te praten over de kerkdienst. Helaas moeten we constateren dat dit veel te weinig gebeurt. Bezinning en gesprek hierover op een gemeenteavond en/of op huisbezoek verdient aanbeveling. Dit punt wordt verder uitgewerkt in het artikel ‘Pastorale zorg via het gezin'.

Aparte opvang

Omdat het ideaal jeugd in de kerkdienst heel vaak moeilijk te realiseren is, zien we hier en daar dat de jeugd apart wordt genomen.

Zondagsschool onder kerktijd

Voordelen:

  • Minder-meelevende ouders komen vaker naar de kerk, omdat hun kinderen hen eraan herinneren. Zij gaan immers tegelijkertijd naar de zondagsschool.
  • Kinderen krijgen onderwijs op hun niveau.

Nadelen:

  • Kinderen leren te laat om naar de kerk te gaan.
  • De kerkdienst is -zelfs voor twaalfjarigen- vaak niet goed te volgen.

Toelichting: Kinderen gaan op hun achtste of negende nog mee naar de kerk omdat hun ouders dat willen/vragen. Zo leren zij een goede gewoonte op een gunstige leeftijd.

Varianten/alternatieven:

  • Zondagsschool tot ± 8/9 jaar onder kerktijd en vanaf 9 jaar op een ander tijdstip.
  • De laagste groepen elke week zondagsschool. De oudste groepen één keer in de veertien dagen, waarbij ze de andere zondag in de kerk worden verwacht.
  • Eén keer in de maand en bij alle kerkelijke feestdagen is er geen zondagsschool. Dan worden alle kinderen in de kerk verwacht. De predikant kan dan ook extra aandacht aan de kinderen geven.

Kindernevendienst

Gemeenten die gekozen hebben voor kindernevendienst, deden dit vooral omdat kinderen te weinig aandacht kregen in de kerkdienst. Met een kindernevendienst maken kinderen wel een deel van kerkdienst mee, maar krijgen ze tijdens de preek een programma dat helemaal op hen is afgestemd.

Ontdekkingen

  • Verschillende gemeenten hebben ontdekt dat kinderen toch regelmatig de gehele dienst moeten meemaken om in te groeien in de gemeente.
  • Vaak kiest men voor kinderen tot acht, negen jaar voor kindernevendienst en is er bijvoorbeeld geen kindernevendienst op de eerste zondag van de maand en ook niet bij doopdiensten en op kerkelijke feestdagen.

Noodoplossing?
We moeten er voor waken dat we niet van de nood een deugd maken. Als onze kerkdiensten ‘jeugdonvriendelijk' zijn, kunnen we beter eerst eens onderzoeken of dat niet anders kan en eigenlijk ook niet anders moet. Vaak zijn preken ook voor veel volwassenen te moeilijk en te vol. Daarom op deze plaats de stelling: ‘Stem in de kerkdienst meer af op kinderen en jongeren, dat is goed voor iedereen!'
De uitspraak van de Heere Jezus in Marcus 10:15 is in dit verband veelzeggend: ‘Voorwaar zeg Ik u: zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kind, die zal het geenszins ingaan.'

Reacties van predikanten

Wij stelden een aantal predikanten de vraag: ‘Hoe geeft u aandacht aan de jeugd in de kerkdienst?' Hierop kregen we de volgende reacties:

  • Ik probeer in iedere dienst ‘iets' heel gericht naar kinderen te zeggen. M'n dochtertje herinnert mij er tegenwoordig aan door te vragen: ‘Er zit toch wel een verhaal in pappa?'
  • Regelmatig probeer ik in gesprek te raken met jongeren en hen zo goed mogelijk te leren kennen en te leren begrijpen. Zulke ontmoetingen met jongeren stimuleren mij ook heel gericht om aan hen te denken. 'k Vind het wel iedere keer heel moeilijk, het is zo'n andere wereld.
  • Regelmatig zoek ik verbindingen te leggen met de andere kerkelijke activiteiten in de loop van de week. Denk aan wat op catechisatie is behandeld en met de HGJB-bladen op club aan de orde is. In m'n preek zet ik hier en daar met rood ‘kinderen of jongeren' om ze op dat moment er extra bij te betrekken of op hen af te stemmen.
  • Regelmatig probeer ik gedeelten uit de preek verhalend weer te geven: ‘Luister, daar staat een Israëlische vader iets te vertellen, we gaan er even naast staan.'
  • Taalgebruik zo gewoon mogelijk. Bepaalde termen uitleggen en niet te vlug denken dat ze het wel begrijpen.
  • Door regelmatig te actualiseren. Dit doe ik voor ouderen en jongeren, maar het zal vooral voor jongeren ook waardevol zijn.
  • Eigenlijk een grote verlegenheid bij mij. Ik vind het een heel groot probleem, een hele opgaaf. M'n vrouw herinnert mij er regelmatig aan door tijdens het maken van de preek te zeggen: ‘Denk je ook aan de jongeren?'
  • 'k Probeer jongeren voor mij te zien bij het maken van de preek. Ik voel een kloof tussen de jongeren en mijzelf als het gaat om hun leefwereld en die van mijzelf. Hoe leer ik ze echt kennen? Dat is mij best een zorg. Hoe raak ik ze?
  • Ik probeer het samen met anderen te doen. Vooral mensen uit het onderwijs kunnen daarbij een geweldige steun zijn. Wij moeten als predikanten niet zo eigenwijs zijn en denken: 'Dat kan ik alleen wel af'. We moeten een beroep doen op gaven die God in de gemeente geeft in andere mensen. Gaven die jij misschien als predikant niet zo hebt.
  • Ik geef zo nu en dan drie weken van te voren een tekst aan enkele onderwijsmensen met de vraag: 'Denk eens mee hoe ik de boodschappen daarin kan vertalen naar de jeugd. Hoe kan ik zo'n bijbelgedeelte laten landen in de leefwereld van kinderen?' Zij zetten daarover dan een aantal gedachten en ideeën op papier die ik verwerk in m'n preek.
  • Laten we eenvoudige woorden gebruiken. Steeds meer ontdek ik dat bepaalde woorden niet begrepen worden, ook door ouderen niet.
  • Onlangs heb ik tijdens een doopdienst bij een moeilijke tekst gezegd: ‘Gemeente, het is zo'n moeilijke tekst, daarom wil ik in 10 minuten voor de kinderen en jongeren uitleggen wat er staat. U als ouderen zult het ook wel prettig vinden om er vast al iets over te horen.' Uit de gemeente kreeg ik toen reacties als: 'We konden de preek nu goed begrijpen, omdat u eerst zo'n eenvoudige uitleg voor de kinderen gaf.' Laten we de ouderen niet overschatten!
  • We moeten oppassen jongeren niet te negatief te benaderen. Dit vergroot de kloof tussen ons en hen. 'Hij begrijpt ons niet. Zie je wel, zo'n dominee is wereldvreemd; daarom is hij predikant geworden.' Probeer je in te leven in hun wereld, gevoelens en gedachten. ‘En overwin het kwade door het goede'. M'n oudere collega wees mij daar eens op door te zeggen: 'Wijs het goede maar aan in de Schrift, dat heeft een betere uitwerking dan steeds het verkeerde te benadrukken. Juist het positieve kan jongeren raken en jaloers maken.'
  • 'k Ga steeds meer preken uit geschiedenissen uit het Oude én het Nieuwe Testament. Het blijkt voor kinderen en jongeren heel belangrijk. Eén bepaalde boodschap kiezen uit een tekst en deze laten oplichten kan jongeren heel goed helpen om de boodschap mee te nemen. Een thema kan hierbij nog een extra steun zijn om de preek te verwerken.We moeten meer schrappen in alles wat we ontdekken bij de voorbereiding. Niet het vele is goed, maar het goede veel.Durf je te beperken, dan zal het ‘rendement' waarschijnlijk groter zijn.
  • Het is heel belangrijk dat voor de schriftlezing eerst even wordt verteld wat aan dit bijbelgedeelte vooraf gaat. Ga niet te automatisch en vanzelfsprekend hiermee om. Geef regelmatig aan waarom je tot een bepaalde tekstkeuze kwam. Zo'n intro kan de betrokkenheid sterk verhogen, zeker ook bij jongeren. Ook de aankondiging van de psalmen mag wel wat meer aandacht krijgen. Waarom koos ik deze Psalm?
  • Een belangrijke factor is tijdnood. Vaak zijn preken niet af. We vinden vaak ook niet de rust voor meditatie en de Geest krijgt onvoldoende tijd om in ons te werken.
  • 'k Probeer op maandag de tekst te kiezen voor de preek van aanstaande zondag. Dat helpt mij sterk bij het vinden van de concretisering naar de gemeenteleden. 'k Ontdek dan voorbeelden en uitspraken in de loop van de week. Soms lees ik het bijbelgedeelte ook op huisbezoek en raak daarover met mensen in gesprek.'k Doe dat ook wel eens op catechisatie en de reacties helpen mij bij de vertaalslag naar jongeren. Zo leg ik de tekst in de week.Zo komt de preek vaak dichter bij de gemeenteleden. Zij herkennen zichzelf er meer in.

Over het gebed in de kerkdienst hoorden we:

  • Een klacht van veel jongeren is dat wij in onze gebeden weer ‘preken'. Dat moeten we afleren. Laat ons gebed ook echt een gebed zijn!
  • Onze gebeden zijn vaak veel te lang. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door de geringe voorbereiding.
  • Hier past ons meer eerbied voor God bij het naderen tot Hem namens en met de gemeente. Je mag de mond van de gemeente zijn. Maar kunnen ze er in meekomen? Herkennen zij zich erin? Eenvoudig, kort en helder zijn hierbij belangrijke trefwoorden.
  • Laten we heel concreet zijn in het gebed, dat is heel belangrijk voor kinderen en jongeren. Ik probeer steeds om ook de jongens en de meisjes op te dragen in het gebed en zo ook hen op het oog te hebben.
  • In het gebed probeer ik heel eenvoudig ook kinderen en jongeren op het oog te hebben. Ook 'de mond' van hen te zijn in het gebed van de gemeente. Danken voor verjaardagen en andere (kleine) belangrijke dingen. Ook danken dat er zoveel kinderen en jongeren zijn.

Reacties en opmerkingen op de kerkdienst

Op een aantal bezinningsochtenden met een kleine groep predikanten raakten we in gesprek over kerkdiensten die thuis op cassette waren beluisterd. De vraag was: Wat vond je belangrijk (goed) met het oog op kinderen en jongeren?

  • De gekozen bijbelgedeelten zijn goed te volgen; geschiedenissen, gelijkenissen, aansprekende teksten.
  • De predikant maakt de boodschap relevant voor de gemeente (bijv. introductie).
  • Praktische prediking; lijnen naar het leven van alle dag!
  • Taalgebruik; eenvoudig, spreektaal, rustig; met weinig woorden veel zeggen.
  • Pastorale toon; een bewogen herder...bewogen met het heil van z'n schapen.
  • De dingen worden positief gezegd.
  • De kinderen en jongeren worden echt aangesproken. Ze worden erbij betrokken.
  • De predikant gebruikt voorbeelden en/of reacties en uitspraken van jongeren en ouderen.
  • Hij preekt dialogisch en betrekt zo de gemeente en zeker de jongeren er extra bij.
  • Er zijn handvatten voor gesprek thuis.
  • De predikant kent de jongeren. Hij weet wat bij hen leeft. Zij herkennen zich in zijn preek. De boodschap raakt het leven van jongeren.
  • De predikant staat dicht bij het ‘gewone' gemeentelid. Een gewoon mens, geheel aangewezen ook op Gods genade!
  • Hij heeft een vertaalslag geleverd voor mensen in een tijd van secularisatie en godsverduistering.
  • Hij geeft aandacht aan het leven nu voor het aangezicht van God: ‘Gij geheel anders...'
  • De predikant is naar zichzelf toe ook heel eerlijk bij het luisteren naar de Boodschap en in de ontmoeting met z'n gemeente in de kerkdienst.
  • Hij noemt de jongeren niet steeds apart maar hij zegt de dingen zo dat ook zij het goed kunnen volgen.
  • De predikant is zelf gegrepen door de bijbelse Boodschap. Dat spreekt zeker ook jongeren aan.

Opmerkingen:

  • Deze reacties werden gegeven in het besef dat ook predikanten veel van elkaar kunnen leren.
  • Gesprekken tussen predikanten hierover in kleine kring werden als heel vruchtbaar ervaren.
  • Bij alle suggesties is het wel goed te bedenken dat ook predikanten het niet zelf doen, maar pas echt overkomen met hun preek als de Geest dit geeft.
  • Ook met ouderlingen en diakenen kan hierover een vruchtbaar gesprek worden gevoerd.
  • Heel belangrijk hierbij is dat het gesprek plaatsvindt in de weg van de waardering, waarbij vooral fijne ervaringen in achterliggende kerkdiensten worden benadrukt.

Extra kansen

Voorbereiding bij catechese
Er zijn gemeenten waar enkele keren per jaar met een catechesegroep wordt nagedacht over de kerkdienst van aanstaande zondag. Wat roept het bijbelgedeelte op, waar kunnen we voor bidden en danken en wat kunnen we zingen? Een week later is er een nagesprek. Het helpt predikanten goed op de jeugd af te stemmen.

Een themaweek
Steeds meer gemeenten ontdekken de waarde van themaweken. Een week lang thuis, op vereniging en kring en soms ook op school met een thema aan de slag en dit samen afronden in de kerkdienst. Een mooie kans voor predikanten om gesprekjes met kinderen te hebben op club of school.

Syllabus en gespreksvragen
In een aantal gemeenten wordt er regelmatig bij de uitgang van de kerk een syllabus van de preek en/of een aantal gespreksvragen uitgereikt voor een nagesprek thuis. Zo'n stimulans is vaak net het duwtje wat nodig is voor een gesprek thuis. Dit kan bijvoorbeeld goed bij doopdiensten, waarin een bijbelgedeelte is behandeld met het oog op geloofsoverdracht thuis.

Handvatten voor gesprek

  • Laat iedereen eens voorbeelden noemen van fijne momenten in kerkdiensten, waarbij vooral kinderen en jongeren erbij betrokken werden.
  • Bespreek samen hoe dit vaker kan gebeuren.
  • Wat sprak vooral aan in dit artikel en hoe kan dit in de eigen gemeente doorwerken? (Laat iedereen even reageren!)
  • Overleg of het zinvol kan zijn om over twee of drie maanden hierover samen weer even door te praten, naar aanleiding van nieuwe ervaringen.

Suggestie
Een predikant kan ook de jeugdouderling, een leerkracht en een betrokken ouder vragen om bijvoorbeeld één keer per maand schriftelijk of mondeling op de kerkdienst te reageren - graag met opgevangen reacties van kinderen, tieners en jongeren.

    |
    reageer op dit artikelmail dit artikelprint deze pagina

    Er zijn nog geen reacties gegeven...