Serie: 'Pastorale zorg voor de jeugd'

Huisbezoek met kinderen en jongeren?!

Je gaat als ouderling op pad in de gemeente, maar bij de huisbezoeken ontmoet je maar weinig jongeren. Het lijkt wel of ze er niet bijhoren...

Je gaat als ouderling op pad in de gemeente, maar bij de huisbezoeken ontmoet je maar weinig jongeren. Het lijkt wel alsof die er niet bijhoren..
Een meisje van 18 jaar zei spontaan bij een interview: ‘Nee daar ben ik nooit bij geweest. Ik dacht niet dat die ouderlingen voor mij kwamen.' Bij zo'n reactie denk je: ‘Willen we de kinderen er wel bij hebben? En zo ja, wat doen we daar dan voor?' Over deze en andere vragen gaat het in dit artikel, dat als ‘praatpapier' dienst kan doen in de kerkenraad.

Met of zonder kinderen?
Voor we een praktische handreiking geven voor meer aandacht voor jongeren bij het huisbezoek, vragen we eerst aandacht voor de fundamentele vraag: willen we huisbezoek met of zonder jongeren? Het is belangrijk dat over deze vraag heel open en eerlijk wordt gepraat in de kerkenraad. En... dan vooral niet te vlug antwoorden: ‘Natuurlijk willen we de jongeren erbij, want zij horen er toch ook bij!' Beter is het een open gesprek te hebben in de kerkernaad over hoe we huisbezoeken met kinderen/jongeren erbij beleven en hoe onze ervaringen zijn als de kinderen er niet bij zijn.
Wat ervaren we als positief en wat vinden we moeilijk?

Mogelijke knelpunten:

  • Een pastoraal gesprek vraagt openheid, een vertrouwensrelatie. Is het wel reëel om te verwachten dat zo'n gesprek opbloeit tussen een paar ambtsdragers en vader, moeder en de kinderen - en dat in één uur, zo'n één keer per twee jaar?
  • Hebben ouders en kinderen met elkaar wel eens een gesprek over geloven, of gebeurt dat alleen bij huisbezoek? Is het misschien een probleem dat gezinnen in veel gevallen niet die eenheid zijn, die nodig is voor een goed gesprek? Spelen ze voor elkaar verstoppertje?Misschien is dit wel een grondoorzaak van het ontbreken van kinderen bij het huisbezoek. Ouders vinden het dan ook wel prettig als ze er niet bij zijn.
  • Is de wijze waarop huisbezoek wordt gedaan wel afgestemd op jongeren, of vragen we er in feite om dat zowel de ouderlingen als de jongeren aan het einde van het bezoek een onbevredigend gevoel overhouden?
  • Vindt de ouderling het moeilijk om júist met jongeren in gesprek te gaan, vooral als de jongeren moeilijke of kritische vragen stellen? Hebben ouderlingen wel geleerd om daar goed mee om te gaan?
  • Er zijn veel ouders die moeite hebben met de houding van hun kinderen en de keuzes die zij maken als het gaat om muziek, tv-programma's, kerkgang, besteding van de zaterdagavond enz.Een ontmoeting (confrontatie) met de ouderlingen zien ze dan niet zo zitten. Wat moeten ze wel niet van hen denken. Eigenlijk wel fijn dat hun kinderen op die avond iets anders hebben...
  • Ambtsdragers hebben zelf vaak ook opgroeiende kinderen. Een stukje schroom om op het huisbezoek over de kinderen te beginnen kan liggen in het gevoel van falen in het eigen gezin. De vragen over de relatie tussen ambtelijke verantwoordelijkheid en persoonlijke situatie hebben bespreking nodig. Ook het bespreekbaar maken van de eigen moeilijkheden is hierbij heel belangrijk.

Er zijn waarschijnlijk wel meer belemmeringen te bedenken waardoor jongeren niet bij het huisbezoek zijn. Een open gesprek hierover in de eigen kerkenraad kan mogelijk nog meer opleveren.

Waarom kinderen erbij?
Als een kerkenraad de aanwezigheid van kinderen bij de huisbezoeken te bevorderen, is het nodig dat zij heel goed weet waaróm ze dat dan wil. Mogelijke argumenten kunnen zijn:

  • Ook kinderen horen bij ‘de kudde' en hebben herderlijke zorg nodig.
  • Grote mensen kunnen ook van kinderen leren, immers Jezus sprak: ‘Wordt gelijk de kinderen...' Fijn dus als ook kinderen meepraten bij het huisbezoek. Ze kunnen ouderen tot voorbeeld zijn in hun openheid, eerlijkheid en soms ook in hun eenvoudig vertrouwen op God.
  • Kinderen hebben ouderen (ook ouderlingen) nodig om te horen wie God is en wat Hij heeft gedaan, ook in hun gemeente (vergelijk Jozua 4 en Psalm 78).
  • Er is een schreeuwende behoefte - juist ook bij jongeren - aan Godservaring. Vertel hoe God ook nu nog mensen tot zich trekt, hoe Hij hen helpt in nood en vrede schenkt in de weg die sommige mensen moeten gaan. Maak kinderen jaloers op een leven met God en bemoedig hen als ze het moeilijk vinden om in God te geloven.
  • Als huisbezoek een fijn gesprek rond de Bijbel is, waarbij vooral ook het Woord aan het woord komt, kunnen ouders en kinderen ervaren hoe goed het kan zijn om daar samen over te praten. In veel gezinnen wordt nooit doorgepraat na de kerkdienst of na het bijbellezen. Een goed voorbeeld kan mensen over de drempel helpen. We kunnen dit ook bewust aan de orde stellen en het gezin stimuleren samen door te praten.
  • Huisbezoek is het moment dat kinderen en ouderlingen elkaar ontmoeten. Voor kinderen is het belangrijk dat zij die ‘mannen die vooraan zitten in de kerk' eens van nabij meemaken. Voor de ambtsdragers is het broodnodig dat zij regelmatig met kinderen en jongeren in gesprek komen om hen beter te leren kennen. Immers: een goede herder kent zijn schapen. ‘Kennen' in de betekenis van weten wat hen bezighoudt.

Bij de vraag ‘waarom de kinderen erbij' kan het heel verhelderend zijn om er samen in de kerkenraad open over te spreken en zo met elkaar nog andere argumenten aan te dragen.

Een nieuw begin / ideeën
Bij een aantal peilingen in verschillende gemeenten bleek dat daar bij minder dan de helft van de huisbezoeken jongeren aanwezig waren. In deze situaties is het heel belangrijk dat er goed wordt nagedacht wat mogelijk en nodig is om hierin verandering te brengen. Zie: ‘Handvatten voor gesprek'.

Als er een bezinning heeft plaatsgevonden, vertel dit dan in een afkondiging of bericht vanaf de kansel en in de kerkbode en vraag daarbij aan kinderen en jongeren om voortaan ook bij het huisbezoek aanwezig te zijn, omdat de ambtsdragers ook hen graag willen ontmoeten en met hen willen praten. Ouders wordt hierbij gevraagd hun kinderen extra te stimuleren erbij te zijn. N.B. Het is heel belangrijk dat dit bericht niet als een verwijt overkomt, maar veel meer als een hartelijke oproep om samen met de ambtsdragers een nieuw begin te maken. De oude situatie is niet alleen de ouders en kinderen verwijtbaar, steek gerust de hand in eigen boezem!

Voorbeelden uit de praktijk
We hoorden verschillende reacties/ideeën van ambtsdragers die hier serieus mee bezig waren. Hier volgen een aantal adviezen.

  • Vraag bij het afspreken van het huisbezoek eens of het gezin zelf een bijbelgedeelte wil opzoeken dat hen heeft aangesproken en waarover ze graag willen doorpraten.
  • Bewaar het bijbellezen niet tot het einde van het huisbezoek, maar begin daarmee na 10 of 20 minuten. Zo kan er een echt gesprek rond en vooral vanuit het Woord ontstaan.
  • Geef bij het afspreken van het huisbezoek een kopie uit bijvoorbeeld de HGJB-boekjes ‘Kinderen van God gekregen' of ‘Kinderen de Weg wijzen' en zeg dat je ook daarover wilt praten bij het huisbezoek. Zo kun je op een positieve manier een punt als het samen bijbellezen aan de orde stellen en dit ook naar de toekomst toe extra stimuleren.
  • Informeer bij het afspreken van het huisbezoek of het ook een geschikte tijd en avond is voor de kinderen.
    Een goede mogelijkheid is hierbij dat de kinderen een poosje bij het huisbezoek zijn. Voor iedereen kan dit voordelen hebben:
    - voor de kinderen duurt het niet te lang,
    - de ouders kunnen ook hun persoonlijke vragen kwijt,
    - de ambtsdragers hoeven niet de hele tijd hun aandacht over meer dan twee personen te verdelen.
    We hoorden ook van een ambtsdrager die een half uur vooraf een apart gesprek met de jongeren had.
  • Ook de voorbereiding op het te lezen bijbelgedeelte is heel belangrijk. We denken hierbij aan vragen als:
    - Welk bijbelgedeelte is passend bij deze gezinssituatie?
    - Hoe kan ik dit bijbelgedeelte 'vertalen' naar de jongeren?
    - Welke aanknopingspunten zijn er tot gesprek met de jongeren?
  • Ken het gezin zo goed mogelijk voor u op bezoek gaat.
    - Hoe is de gezinssamenstelling?
    - Welke school bezoeken de jongeren of welk beroep oefenen ze uit?
    - Wat zijn de roepnamen van de kinderen?
    - Zijn alle gezinsleden kerkelijk meelevend? Zo niet, wat zijn de oorzaken?

Houding belangrijk
Van doorslaggevend belang voor een goed gesprek is de houding van de ambtsdrager. Kernvraag hierbij is: ‘Wat bezielt hem?', of: ‘Wie bezielt hem?' Vertoont hij het beeld van de goede Herder, Jezus Christus? Een mooi voorbeeld hoe Hij herder is over mensen, vinden we in de geschiedenis van de Samaritaanse vrouw (Johannes 3). Enkele leerpunten uit dit schriftgedeelte:

  • Hij is met liefde bewogen en zoekt naar openingen om de ander te helpen, te dienen.
  • Hij vraagt iets van de ander (‘Geef Mij te drinken') en is bereid iets te ontvangen. Hij maakt zo een opening. Een gesprek is niet alleen geven, maar ook ontvangen.
  • Hij knoopt aan bij gewone dingen, een concrete situatie; de vrouw die om water komt.
  • Hij blijft daar niet in steken, maar probeert het op een ander/hoger plan te brengen. Opening naar een geestelijk gesprek: ‘Levend water kan ik je geven.'
  • Hij laat zich niet leiden door wat ‘men' van bepaalde mensen vindt. Hij reageert anders. Hij schrijft niet zo vlug mensen af.
  • Deze eerlijke/open benadering verrast, ontwapent, wekt vertrouwen.
  • Hij neemt haar serieus, haakt in op haar vragen en antwoorden, hoewel dat toch vaak uitvluchten zijn.
  • Jezus ziet haar niet als een object, maar als medemens, als uniek mens met een eigen leven, eigen geschiedenis, eigen nood.
  • Hij zet een bewustwordingsproces in gang. Hij doet dat als een herder, die het verloren schaap ter harte gaat. Z'n gesprekshouding wordt gekenmerkt door dienst aan de ander: helpend luisteren.
  • Hij verwijt niet, maar laat de ander zelf de zonden ontdekken, uitspreken en belijden.
  • Hij laat zich niet verleiden tot discussies, maar stuurt aan op een zinvol gesprek tot Gods eer en tot heil van mensen.

Bij het huisbezoek

  • Toon tijdens het huisbezoek echt belangstelling voor de kinderen en jongeren. Vraag naar ervaringen op school, de club, catechisatie, de kerkdienst, persoonlijk bijbelle-zen, gebruik dagboekje enz. Centraal hierbij mogen, net als bij de ouderen, de vragen staan: 'Wat betekent het voor jou?' en ‘Kun je er iets mee en doe je er iets mee?'
  • Luister goed naar wat jongeren zeggen en neem ze serieus. Ga niet te vlug in de verdediging als ze bijvoorbeeld moeite hebben met de catechisatie en de kerkdienst omdat het hen niet zo aanspreekt. Zeg ook eerlijk dat de dominee en/of de catecheet het ook best moeilijk vindt om op jongeren af te stemmen en dat je hun vragen en opmerkingen ook mee zult nemen ter bespreking met de predikant of op de kerkenraad. Vraag hen ook open en eerlijk of ook zij willen bidden voor een fijne kerkdienst en een goed catechisatieuur.
  • Wijs ouders en jongeren op de clubs en verenigingen die er zijn en vertel welke waarde deze voor kinderen kunnen hebben: goede ontmoetingsplaats, open gesprek rond de Bijbel, een plaats waar je goede vrienden kunt leren kennen, enz.
  • Informeer ook naar de kinderen als ze er niet bij zijn en laat zo merken dat je graag weet hoe het met hen gaat. Bespreek of het nodig en/of mogelijk is dat je ook met hen een keer een gesprek hebt. Ouders kunnen dit als een bijzondere steun ervaren als voor hen een gesprek met hun kind(eren) over God en geloven onmogelijk is geworden. Ook vragen rond geloofsopvoeding kunnen zo de aandacht krijgen.
  • Voor ouders van (langdurig) zieke of gehandicapte kinderen die al of niet elders worden verpleegd is oprechte belangstelling van ambtsdragers ook heel belangrijk.

Apart gesprek met jongeren
Graag willen we als hoofdlijn adviseren kinderen en jongeren zoveel mogelijk te betrekken bij het reguliere huisbezoek. Toch kan er aanleiding zijn om met jongeren apart een gesprek te hebben. Aanleiding hiertoe kan ondermeer zijn:

  • je merkt tijdens het huisbezoek dat jongeren met vragen blijven zitten.Je kunt dan voorstellen daar samen nog eens over door te praten;
  • je mist een jongere bij het huisbezoek van wie je weet of hoort dat hij extra aandacht nodig heeft. Je belt hem of haar een keer om een afspraak te maken voor een gesprek.

Voor meer informatie over persoonlijke gesprekken met jongeren verwijzen we naar het artikel ‘Persoonlijk jongerenpastoraat'.

Groot huisbezoek met jongeren
Er is extra aandacht gegeven aan ‘jongeren bij huisbezoek', maar toch worden teveel jongeren niet bereikt. Na een gesprek op de kerkenraad krijgt de jeugdouderling groen licht om, samen met de sectieouderlingen, jongeren van 16/17 jaar uit te nodigen. Ze kiezen voor jongeren die bij elkaar in de buurt wonen. Zij worden voor een kennismakingsgesprek bij iemand thuis uitgenodigd. Een leuke uitnodiging wordt rondgebracht en ongeveer een week later belt de jeugdouderling om een reactie. Dit is na jaren weer eens contact tussen een ouderling en een jongere. Alleen het telefoontje is al waardevol, ook al besluit een aantal jongeren niet aanwezig te zijn op ‘de contactavond in de buurt'. Zij die wel komen, hebben met de jeugdouderling en de sectieouderling een open gesprek. Aan het einde van de avond stimuleert de jeugdouderling om contact op te nemen voor een persoonlijk gesprek. Naar aanleiding van vragen en problemen kan zo'n persoonlijk gesprek geregeld worden.


→ Handvatten voor het gesprek in de kerkenraad:

  • Laat iedereen eerst open en eerlijk vertellen hoe de ervaringen zijn bij huisbezoek met en zonder kinderen en jongeren.
  • Herkent u zich in de uitspraak: er is een afstand tussen ambtsdragers en jongeren? Zo ja, hoe denkt u daar iets aan te kunnen doen?
  • Overleg wat u eigenlijk wilt en hoe u dit denkt te kunnen bereiken.
  • Reageer op dit artikel. Laat iedereen even aangeven wat aansprak en waarover mogelijk nog moet worden doorgepraat.
  • Bespreek samen de manier/vorm van huisbezoek en hoe jongeren hierbij (nog) meer betrokken kunnen worden.

    |
    reageer op dit artikelmail dit artikelprint deze pagina

    Er zijn nog geen reacties gegeven...