Serie: 'Pastorale zorg voor de jeugd'

De relatie kerk en school

Aandacht voor de geloofsopvoeding op school... Eigenlijk doen we dat veel te weinig: samen nadenken over onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. De HGJB wil aanzetten tot verbetering geven. Zo adviseren we om in de Hervormde gemeenten een Bezinningsgroep Geloofsopvoeding in te stellen: een groep waarin ambtsdragers, ouders en onderwijsmensen zich bezinnen op de vraag hoe ze elkaar beter kunnen helpen en beter op elkaar kunnen afstemmen.

Trouwens, in de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland staat heel duidelijk dat de kerk hierin ook een duidelijke taak heeft, namelijk om contact te zoeken met de school. Er staat ondermeer: ‘De kerk zoekt contact te leggen tussen de gemeente, de school, de leerkrachten en de ouders der leerlingen, opdat de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen gestalte krijge... De Kerk richt haar herderlijke zorg in het bijzonder ook op hen, die belast zijn met de opvoeding en het onderwijs en zoekt hen te dienen bij de rechte vervulling van hun taak.'

Dat is duidelijk genoeg, maar helaas moeten we constateren dat dit in weinig gemeenten gestalte krijgt. In een aantal gemeenten zien we gelukkig de laatste tijd mooie voorbeelden hoe het ook anders kan. Dit willen we doorvertellen en stimuleren.

Juist in deze tijd, nu we als kerk steeds minder kinderen en jongeren direct bereiken bij onze activiteiten, is het dringend gewenst dat we extra ondersteuning geven aan hen die nog wel met de jeugd in contact staan, namelijki de ouders en de leerkrachten.

Concrete mogelijkheden
Welke concrete mogelijkheden zijn er voor de kerk om de opdracht, verwoord in de kerkorde, gestalte te geven? We noemen er een aantal.

  • Regelmatig contact (positief meedenken met de school) over geloofsoverdracht en geloofsbeleving op school en over het vormgeven van het christelijke karakter van de school.
  • Medewerking bij het zoeken van goede bestuurders, waardoor er een duidelijke relatie blijft of komt met de kerkelijke gemeente.
  • Aanbod om mee te werken aan een bezinningsavond voor personeel en bestuur over de verschillende facetten/mogelijkheden van geloofsoverdracht en geloofsbeleving.
  • Goed contact over kinderen en jongeren die in moeilijkheden zitten (ondermeer een verwijsfunctie).
  • Voorbede voor bestuurders en onderwijskrachten.
  • Extra pastorale aandacht voor de leerkrachten die lid zijn van de kerkelijke gemeente om hen zo te steunen bij hun zware taak en hen te wijzen op hun mogelijkheden om het geloof voor te leven (zie ook: uitspraken Drs. K de Jong Ozn.).

Extra mogelijkheden voor het basisonderwijs:

  • Het bespreken van de verschillende mogelijkheden van afstemming en samenwerking bij:
    - het aanleren en zingen van liederen;
    - bid- en dankdagen;
    - de organisatie van een themaweek.
  • Meedenken bij het opstellen van het schoolwerkplan, waarbij vooral ook het programma van het godsdienstonderwijs onderwerp van gesprek is. Vraag hierbij kan zijn: welke basis wordt er gelegd? Hierop kan bij de catechisatie verder worden gebouwd.

Leerkracht als voorbeeld

A. van den Beukel, professor in de natuurkunde, schrijft in zijn boek ‘De dingen hebben hun geheim' hoe hij op de weg van het geloof is gekomen: ‘De getuigen uit mijn jeugd, m'n ouders, een schoolmeester, een leerkracht wekten met hun onderwijs en hun ‘voorbeeld' het vermoeden en weldra een groeiende zekerheid dat God niet alleen bestaat, maar dat hij ook werkzaam is in mensenlevens! Ik zag het geloof! Het kwam niet zo zeer tot uiting in een veelheid van vroom gepraat, maar wel in hun houding tot God en tot de medemens. Dat hebben wij als kinderen gezien. Het bleef niet bij woorden, maar de woorden werkten. Er werd uit geleefd. Zo langzaam aan werd duidelijk dat wij dat ook wilden... Om het licht wat er straalde, om de rust die er van uitging, het vertrouwen... omdat er een doel zichtbaar was...'

Concrete voorbeelden uit de schoolpraktijk van nu:

  • Onze juf probeert altijd kinderen die niet zo goed zijn extra te helpen.
  • Onze meester heeft altijd veel belangstelling of extra aandacht voor kinderen die ziek zijn of waar thuis problemen zijn.
  • Bij ons op school is de bijbelles iedere dag een heel belangrijk moment. We zingen samen, we luisteren, we praten erover met elkaar. Je voelt gewoon dat de meester het heel belangrijk vindt.
  • Onze meester is best streng maar áls je straf krijgt, heb je het wel helemaal verdiend. En je kunt zien dat hij het erg vindt dat hij moet straffen!

Hieronder volgen een paar uitspraken van De Jong Ozn, onderwijskundige. K. de Jong was meer dan twintig jaar werkzaam in het onderwijs, hij was zes jaar staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen en ook enige tijd voorzitter van de Unie School en Evangelie.

→ Kunt u mij vertellen wat het christelijk onderwijs christelijk maakt?
'Datgene wat christelijk onderwijs christelijk maakt, moet zitten in je manier van leven, in je levensstijl. Degene die de christelijke school leidt zal nu naar zichzelf moeten kijken en zich af moeten vragen: wat betekent dat geloof nu voor mij? En wat betekent het voor mijn handelen? Wat houdt het in voor mijn levensstijl en voor mijn vak? Daar moet een docent nu zelf over na gaan denken. Hij kan niet meer om zich heen kijken en zich afvragen: hoe doen de anderen of de groep het? De docent moet het nu doen. Het is naar mijn smaak ook de docent die het christelijk onderwijs christelijk maakt. We denken hierbij aan 4 punten:

  • Het eerste punt is de godsdienstige vorming. We laten degenen die onderwijs geven zich afvragen: hoe geven wij nu bijbelonderwijs? En hoe kijken we aan tegen geloofsoverdracht?
  • Het tweede punt binnen zo'n programma is het relationele patroon, waarin je jezelf afvraagt als onderwijsgevende: hoe geef je cijfers, hoe schrijf je rapporten, hoe worden leerlingen begeleid in normale situaties en hoe gebeurt dat als er problemen thuis zijn?
  • Derde punt moet de leerstof zijn
  • en het vierde punt de beroepsvorming.

Dus wanneer u vraagt: ‘Hoe christelijk is het christelijk onderwijs?', dan moet ik eigenlijk zeggen dat het hele christelijk onderwijs zich op dit moment in een heroriëntatie bevindt. Binnen die heroriëntatie, en kijkend naar het eerste programmapunt geloofsvorming, zou ik willen zeggen: we moeten terug naar de bronnen. Er zou een nieuwe spiritualiteit moeten ontstaan of aan een nieuwe spiritualiteit gewerkt moeten worden, we zouden terug moeten de binnenkamer in en dat zou ik ook graag zien waar het gaat om vieringen van en door docenten, terug naar de binnenkamer, een herbronning. Naar mijn smaak is dat ook noodzakelijk waar het gaat om de identiteit van christelijk onderwijs en geloofsoverdracht. Christelijk onderwijs is het onderwijs van het tegengoed. Het gaat in tegen de tendensen van secularisatie. Christenen die bewust willen leven zullen zich in steeds sterkere mate tegen dit soort tendensen moeten verzetten.'

→ Hoe belangrijk denkt u dat een school is in het kader van geloofsoverdracht?
'De christelijke school speelt naar mijn smaak een belangrijke rol op twee plaatsen. In de eerste plaats komen de leerlingen in aanraking met onderwijsgevenden die een christelijk levensbeschouwing hebben, zodat ze kunnen zien wat een christelijke levensbeschouwing in de praktijk betekent. Een voorbeeldfunctie dus. En het tweede punt is dat ze goed geïnformeerd worden. Een leerling die van zijn vijfde tot zijn achttiende deel heeft genomen aan christelijk onderwijs, moet een bepaalde mate van feitenkennis hebben, op grond waarvan hij op latere leeftijd, wanneer hij weer naar de Bijbel gaat grijpen, zich weet te redden.'

→ Als u een motto voor het christelijk onderwijs en geloofsvorming voor nu en de komende tien jaar mee zou mogen geven, wat zou u dan zeggen?
'Dan weet ik één ding te noemen: nieuwe spiritualiteit. Dat we opnieuw als christelijke docenten leren ons in te keren naar onszelf en gezamenlijke bezinning! De Geest Zijn werk te laten doen en onszelf daarin ook oefenen. Ik geloof erg in kleine kernen: vier of vijf docenten binnen een christelijke school die zich met identiteit bezighouden en in die zin ook een concreet voorbeeld voor hun leerlingen proberen te zijn. Ik denk dat we op die wijze opnieuw gestalte moeten geven aan christelijk onderwijs en geloofsoverdracht.'


Vragen

  1. Welke relatie is er in uw gemeente tussen kerk en school?
  2. Welke mogelijkheden ziet u om deze te intensiveren?
  3. Wie gaat welke contacten leggen?
    |
    reageer op dit artikelmail dit artikelprint deze pagina

    Er zijn nog geen reacties gegeven...